window.dataLayer = window.dataLayer || []; function gtag(){dataLayer.push(arguments);} gtag('js', new Date()); gtag('config', 'G-W5495CF2RZ');

Column: LION TIME

Batavicus sum, ita queror.

Dit heeft niets met bromfietsen te maken. ‘Ik ben een Hollander, dus klaag ik’ is de diepgaande betekenis achter deze bekentenis.
Ik vertelde al dat je tegenwoordig in het eerste het beste vijf Eurie toernooitje in de bagger van Brabant (Noord, Zuid, zoek het lekker uit) al vanaf de eerste de beste ronde de twaalfdarters om je oren krijgt. En dat is logisch. Ook de geliefde halve zool die zich in het een tv-WK voor de buis stond uit te sloven staat daar te bewijzen hoe goed hij wel is. Of om heldhaftig die vijf Euro in zijn zak te steken?
Ik speelde laatst in een pokertoernooi aan onze zuidelijke grens. Een leuke bezigheid en iemand vroeg me of er veel Belgen mee deden. ‘Nee’ zei ik. ‘Het ging om punten.’ Dit kom je ook tijdens darttoernooien tegen. Niet dat ik er tegen ben dat iemand alleen komt opdraven wanneer er stuivers te verdienen zijn. Dat moet hij helemaal zelf weten. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Ik kom een keer binnenlopen bij een toernooi waar twee vage kennissen tegen me zeiden ‘Cees, ga je effe lekker gauw inschrijven. Des te meer prijzengeld hebben wij.’ Afijn, nog voor de finalerondes verloren ze allebei van een van onze toenmalige jeugdspelers. Je kent hem wel, die ene die zo graag kippenpootjes met honing eet. Dat zal ze leren!
Is het je wel eens opgevallen hoeveel behoefte er is naar erkenning van individualiteit? Of, hoe bedreven ze zijn in het gebruik van het woord 'ik'? Ik word daar niet goed van! Ik zoek objectiviteit. Die houding of aandoening, dat mentale gebrek of zoiets, die ver te zoeken is in onze laaglandse baggerpoel waar de enkele nog levende objectieveling het steevast over zichzelf heeft. Vooral in de sportverslaggeving hoor ik dit regelmatig. Daar vergalopperen ze zich dagelijks in hun pogingen om uniek te lijken. Tijdens sportwedstrijden wordt doelloos gekwebbeld over van-alles-en-nog-wat en over de Shar-pei van tante Dennis. Lieve Lita is er niks bij. Ik heb me kapot geërgerd aan een stel koers-commentatoren die de godganse middag geen ander gespreksonderwerp konden vinden dan de curiositeit van achternamen van diverse pedalisten. Nu weet ik ook wel dat ik de tv, of minstens het geluid uit kan zetten. Maar, wanneer ik sport zit te kijken, wil ik er geluid bij hebben. Da’s net zoiets als mayo op de patatten.
Sport vind ik belangrijk en ik ben een fan, wat een vraag oplevert: Waarom heb je helden en ben je fan? Van het wielrennen, het toptennis of de F1 zal ik geen seconde missen. Waarom? Ik denk dat de wens om zelf zoiets te doen en zelfs goed te doen het ‘fanhood’ van een sport oplevert. Het geeft uiting aan het verlangen om indruk te maken op het eigen lijf, of de rest van de mensheid. Helaas voor de huidige maatschappij, bestaat het maken van die indruk vaak uit het slopen van andermans spullen, of van elkaar. Hierdoor, en omdat de overheid hier weinig tegen doet, worden we gedwongen alles maar te relativeren. En om te relativeren heb je veren nodig die zorgen voor balans in het leven. Of een goede plumeau. Ik krijg ineens trek in kip. Waar komt dat nu weer vandaan?
Cees van Leeuwen.

Weerbericht.

Het weerbericht voorspelt mooi weer met lammetjes en hier en daar een schaap. Moet ik de fiets weer eens pakken? Tenslotte moet hij ook wel eens uitgelaten worden. Altijd in die donkere schuur bivakkeren doet niet veel goed voor je geestesgesteldheid. Je wordt er zo gek als een fiets van, of was dat een deur? Die kom je buiten ook niet zo snel tegen. Zeker niet op een mooie dag als vandaag.
De koperen ploert staat al vroeg koperig te ploerten en belooft heerlijke warme uren onder een parasol. Het mannetje van de radio beweert dat de zonnekracht van niveau zes wordt en dat we daarom niet te lang onder de blote sterrenhemel moeten gaan zitten. Jazeker, de sterrenhemel. Of dacht je dat die alleen in de donkere uren bestaat?
Nu ik toch aan bruin zit te denken, eerst maar eens koffie drinken en een beetje trainen, daarna zie ik wel verder. Ik kan me er de laatste jaren niet toe bewegen om eens lekker in de zon te gaan liggen om bruin te worden. Twee zaken weerhouden me daarvan. Ten eerste het liggen in de zon vind ik tijdverspilling en daarnaast dat bruin worden. Daar geef ik dus helemaal niets om. Op de televisie, op 192-TV, zingt Lucille Starr uit Manitoba in Canada ‘Quand le soleil dit bonjour aux montagnes’ en nostalgie overspoelt me als een tsunami. Haar woorden doen me denken aan de vroege morgen die valt over de mountains; de Dutch mountains. Dat zullen dan wel de duinen aan het hiernaast gelegen strand zijn en ik krijg het gevoel dat ik toch richting het zonnebaden geduwd wordt. Zal ik het doen? Nee, laat maar. De laatste keer dat ik ging zonnebaden was op een strand in Ixia, Rhodos. Na drie kwartier onder een parasol te hebben gelegen stond mijn hele lijf onder de blaasjes in de kleur van een tomaat die net begint te rijpen. Ik had verkoeling nodig! Dan maar terug naar het appartement, om een beetje in het zwembad rond te spartelen.
Ik merkte wat vreemde blikken op toen ik met een sierlijke duik mezelf te water begaf en alle moeders sleurden in paniek hun puppies uit het bad. Ze keken vol afgrijzen naar die kennelijk besmette man die hun paradijsje aan het contamineren was. Aan de blikken te zien had ik geluk dat ik niet met pek en veren bedekt, op een spoorstaaf het dorp uit ben gegooid. De hogelijk intelligente goegemeente was er blijkbaar van overtuigd dat een zonneallergie een besmettelijke aandoening is. Dat het bestreden kan worden met het sabbelen van Urtizon parels en het smeren met Calendula was kennelijk nog niet ingedaald. Zonneallergie is vervelend en het jeukt als de takken. Daarom ben ik niet zo’n liefhebber van het nobele zonnebaden. Doe me maar een goed glas Chardonnay, een stevige schaduw, een dartbord en drie pijlen. Nog iets te knabbelen erbij en ik ben helemaal tevreden. Ik zal het terras van een dartcafé maar eens op gaan zoeken.

Cees van Leeuwen.

Leeuwentijd.

Ik ben al sinds Ben-Hur een fervent liefhebber van de F1 en in de huidige eeuw van nummer 33. Of was het een ander nummer? Aan zijn auto te zien wel. Mij gevraagd een beetje verstappend. Alhoewel dat ver stappend kan zijn in een gewone gedachtesprong.
Het begon al bij papa Jos die zich regelmatig verstapte. Voornamelijk in grindbakken. Zoon Max loopt waar het dat betreft wat rustiger en is ook behoorlijk nuchter. Zo nuchter als een pasgeboren kalf, alhoewel? Als je ziet hoe zoiets op zijn poten staat, zou je zo om een blaastest roepen. Niet dat die Max, in tegenstelling tot die ene Brit, een blaastest nodig lijkt te hebben. Wanneer je naar die gast zijn kledingkeuze kijkt, zou je denken dat hij ze niet allemaal op een rijtje heeft. Of is dit moedwillig? Aandacht trekken is tenslotte wat alle paradijsvogels doen. Is het niet door hun uitdossing, dan is het wel via het geluid wat ze produceren. Vroem, vroem!
't Is weer mooi terrasweer tijdens lunchtijd en ik moet toevallig weer eens in de stad zijn. Ik besluit mijn bezigheden te koppelen aan wat me-time op een terras. Café Soif, natuurlijk.
Na mijn “Vroemvroem!” in de parkeergarage te hebben gedumpt en een winnend staatslot te hebben aangeschaft, strompel ik richting het Bellamypark voor wat rust.
Mijn ontsteltenis kent geen weerga wanneer ik zie dat de helft van mijn favoriete terras is verdwenen om plaats te maken voor een kudde Zeeuwse knollen waarmee, met een steekwapen, een arm opgehangen ringetje gespietst moet worden. De omgeving ruikt overheerlijk naar paardenkeutels en ik krijg onmiddellijk trek in een glaasje Verdejo en een bord overheerlijke oesters.
Zeeland in de zomer. Even een paar uur weg van de perikelen rond een rugblessure, een aankondiging van een mogelijke plaatsing voor de WDF World Masters van mijn lief, als winnaar in 2007 en weg van de noodzaak om ons huis eens te ontstoffen.
Mijn dip blijft aanhouden en er staan pijlsmijtactiviteiten in het Antwerpse op mijn programma. Als ik die naar tevredenheid doorkom, mag ik me weer voorbereiden op de finale van de Brabant Cup op 17 september bij Bet Koolen in Tilburg. De Open Duitsland is verplaatst naar 2023. Het leven van een darter gaat niet over rozen.
Een wesp in bajeskloffie heeft een noodlanding gemaakt in mijn glas Verdejo. Ik besluit hem te helpen en geef hem wat houvast met mijn vork. Dankbaar maakt hij hier gebruik van en ik geef hem de gelegenheid om op de tafel een beetje bij te komen.
Er valt me iets op. Zijn pootjes doen het niet meer zo goed. Zo dronken als een lor waggelt de wesp over de rand van de tafel, over mijn hand en weer terug op de tafel. Gedurende deze actie houd ik hem angstvallig in de gaten, bezorgd als ik ben om zijn welzijn.
Na verloop van tijd valt mijn nieuwe vriend toch van de rand van de tafel en vervolgt zijn weg over het blauwe plaveisel. De kleur is toepasselijk omdat de wesp, door zijn bad in de Verdejo, zo blauw is als een aap. Een voorbijganger met grote platvoeten plant een reusachtige schoen op mijn nieuwe ex-vriend.
Op mijn favoriete terras bij Café Soif is het zomer in Zeeland en Pascal Jacobs zingt op de achtergrond over mijn woonplaats aan de Westerschelde.
Zit er eigenlijk een noodrem in een vliegtuig?

Cees van Leeuwen.

Dartshopper Senior Championship 2022.

Senior? Nestor? Het klinkt allebei goed. In mijn geval, waarschijnlijk als gammelste van de aanwezigen, is het een goeie weergave van mijn lijfelijke situatie en het feit dat ik de dubieuze eer had om werkelijk de oudste te zijn.
Een eerder gemaakte opmerking had niet de uitwerking die ik voor ogen had. Een grapje draait uit op een uitnodiging en een wildcard leidt tot een grandioze dag in zonnig Gelderland.
Een beetje te zonnig, naar mijn mening. Wees blij dat je dat podium niet op hoefde. Maar ja, zelfs die ouwe Romeinen wisten al te vertellen dat het Bataafse klaagkonijn altijd wel wat te zeuren heeft. Daar gaat dit natuurlijk niet over. De eer is waar ik het over heb. De eer om uitgenodigd te worden voor een klein maar fijn festijn ter ere van een langdurige liefde voor de sport. Uiteindelijk is dat waar het om gaat. Je begint eraan, je vindt het leuk en je blijft het heel lang doen om uiteindelijk te worden geëerd met een bijeenkomst van lotgenoten. Dat verschillende van die lotgenoten bijna vijfentwintig jaren op me achter lopen in ervaringen, is niet echt van belang. Uiteindelijk gaat het gewoon om het gebaar.
Ik had gehoopt op een revanche voor mijn laatste Open De Belt-toernooi, maar het mocht niet zo zijn. Ronny Huijbregts is en blijft een maatje te groot voor me. Het feit dat ik de avond tevoren mijn rug op deskundige manier had verziekt, is helemaal bezijden de kwestie. Ik schrok echter wel toen ik de dag erop het filmpje van ons optreden zat te bekijken. Een snelle analyse van mijn houding en afwerking van de worp leidde tot een absolute nul. Ik denk dat ik onderbewust het idee had dat fysieke problemen er niet toe doen wanneer je iets graag wilt. Vergeet het maar. Als John Sterk me nog eens voor zoiets uitnodigt, voel ik me verplicht om me eerst vol te stouwen met opbeurende medicamenten. Al was het alleen maar om de schijn hoog te houden dat mijn atletisch lijf nog wel vijftig jaar op wereldniveau mee kan doen.
Een Deense prins heeft het al eens eerder gezegd: “To meedoen, of not to meedoen. Dat is de kwestie.” En het belangrijkste, zou ik eraan toevoegen.
Ik heb maar één helft kunnen zien omdat ik nog een kleine 140 kilometer terug moest lopen om nog wat me-time door te kunnen brengen met mijn lief, maar ondanks dat was het toernooi heel leuk en zeker een vervolg waard.
Twaalf heren en vier dames hadden de reis vanuit verre uithoeken van Nederland en België ondernomen om acte de présence te geven aan de oproep om mee te doen aan een uitstekend georganiseerd toernooitje. Twaalf heren en vier dames die volgens mij stuk voor stuk aan een volgende editie mee zouden willen doen.
Om een balletje op te gooien richting de organisatie nog een suggestie om het toernooi wat op te leuken. Misschien een rookruimte in de open lucht?

Cees van Leeuwen.

Versleten.

Plokk!!! Twee centimeter naast mijn hoofd zie ik fel gekleurd plastic, met daaraan een stuk metaal met een gemeen uitziende punt in de muur steken. Het is een niet dragende tussenmuur en de dartpijl blijft eenvoudig in de gipsblokken hangen. Een tweede pijl landt naast mijn hoofd. ‘Je kunt ook niets met die lompe poten van je!’ hoor ik. ‘Je zou zelfs geen bijziende olifant kunnen raken met die X-poten’ moppert Kleintje tegen Bollie die van een afstandje van een meter of twee haar derde pijl optilt om hem naar mijn hoofd te slingeren. Ik wacht haar actie niet af en spring opzij naar de veiligheid van een open deur. ‘What the f***?’ schiet het door mijn hoofd. ‘Mijn poessies gooien met pijlen? Naar moi? Zijn ze nu helemaal van de pot gepleurd? ‘Hé!’ bulder ik. ‘Blijf van mijn pijlen af! Als je pijlen wilt, koop je ze zelf maar. Deze zijn te duur om tegen een muur te gooien.’
‘Zul je niet eens voor eten gaan zorgen’ kaatst Grijsje. ‘We vergaan van de honger!’
‘Ik zie het’ is mijn reactie. ‘Die dikke is zelfs te slap om een pijltje te gooien’.
‘Wie is hier dik?’ mengt Bollie zich in het gesprek en dreigend tilt ze haar pootje met de laatste pijl erin in mijn richting. Ik wacht haar worp niet af en sluit de deur naar de gang, waarna ik naar de keuken ga om een blikje van het een of andere lekkers te pakken. Het is half twee geweest en voor de dames is het lunchtijd. Na de inhoud van het blikje in tweeën te delen en hun bakjes op de etensmat te hebben gezet, ga ik naar de kledingkast in de slaapkamer waar hun GRB-dartshirts hangen. Ik heb ze ingeschreven voor de Sterk Darts Masters in de Keure in Sluis, bij Kevin Vermeulen. Waarom? Ach, ze zullen nooit slechter presteren dan ik tijdens zo’n toernooi. Er is een kans dat ze een paar ronden overleven en later thuis gaan zitten gniffelen. ‘Het baassie kan dat niet, hè? Die verliest zelfs van Kevin Blomme.’ En bedankt hè. Zelfs als Kevin uit vorm is, heb ik de grootste moeite met hem. Goeie darter, die Kevin. Jammer dat we hem niet wat hogerop in de rankings zien.
Mijn spel is niet wat het een tijdje geleden was. Alhoewel de balans van mijn gooiwerk er beter uitziet, is het resultaat ver te zoeken. Dat betekent dus dat ik een hele hoop uren zal moeten steken in het wennen en het tot een routine maken van een anders opgebouwde worp. Geduld is dus het motto!
Maar, geduld kost tijd en tijd is door de laatste ontwikkeling van iets kortere duur geworden. Om precies te zijn heb ik een week of zes om op schot te komen, want dan wordt het SterkDarts Senior Championship 2022 gehouden. En weet je wat? Deze ouwe jongen heeft hiervoor een uitnodiging gehad in de vorm van een wildcard.
Voel ik me vereerd? Jazeker, zo trots als hond met zeven pauwstaartboskanaries. Thanks SterkDarts toernooi organisatie. Tot in juli in Poederoijen. En tot die tijd…oefenen; veel oefenen. Samen met die twee bontjassen van me.

Cees van Leeuwen.

Pancakes & beer.

‘En, gewonnen?’ vraag ik aan de gast die net terugkomt van een dartbord.
‘Ja, natuurlijk. Maar ik gooide wel slecht; het was bagger. Hooguit 32 gemiddeld. Het ging weer helemaal nergens over.’
‘O, tegen wie dan?’
‘Weet ik veel. De een of andere pannenkoek.’
Deze uitdrukking wordt vaker gebruikt en is voor mij aanleiding is om me direct om te draaien en weg te lopen. Mijn gevoelens zijn gemengd. Aan de ene kant wil ik zo’n homo arrogantus op zijn bek timmeren, terwijl ik aan de andere kant gewoon medelijden met hem heb. En ik ben fysiek niet in staat om te timmeren.
‘Wat nu weer?’ wordt me achterna geroepen. ‘Heb je weer wat te zeuren? Weer verloren zeker? En nu heeft iedereen het op zijn geweten?’
‘Nee, dat niet’, reageer ik dan. ‘Ik verlies nooit. Ik leer alleen maar bij.’ En weg is hij, roepend naar zijn maten dat die Leeuw echt de grootste eikel is die er rondloopt. Afijn, het is niet mijn feessie. Ik kan me er niet druk over maken.
Heb ik eigenlijk wel zin om te spelen? Mmm, doe maar liever een biertje. Het komt voor dat ik alle lust om te mee te doen verlies, wanneer ik die over het paard getilde helden bezig hoor over hun eigen kunnen en over de onkunde van anderen. Tenminste, zoals zij dat zien. En weet je wat deprimerend is? Het komt op ieder niveau voor. Lui die regelmatig in het wereldbeeld verschijnen en eigenlijk beter zouden moeten weten, maken zich er ook schuldig aan. Eigendunk wordt in Nederland blijkbaar met de paplepel, tegelijk met een flinke scheut alcohol en een handje danspillen, ingegoten.
‘Waarom gooi je de leg op die manier uit? Ik vind dat respectloos.' Ook zo’n heerlijke kreet. Degene die zoiets verkondigt, gaat er blijkbaar vanuit dat hij mag bepalen hoe zijn tegenstander zijn spel moet indelen.
Sportiviteit is tweezijdig respect plus waardering voor je tegenstander en het feit dat hij tegen je wil spelen. Zo niet, dan speel je helemaal niet. Voor een wedstrijd heb je een tegenstander nodig. Alhoewel, zijn er die denken dat het solo ook kan? Of, erger nog, denken ze dat de tegenstander in aanbidding moet gaan liggen wanneer ze eraan komen?
Ik zat eens naar het schaatsen te kijken en toen werd het woord 'outsider' gebruikt voor een deelnemer van een wat lager niveau. Het woord ‘pannenkoek’ heb ik geen enkele keer gehoord. Raar, hè? Hoe zou het komen dat er in die en in andere sporten, niet meteen denigrerend wordt gereageerd op de mindere sporter? Zou dat iets zijn wat eigen is aan het mentale niveau van het darten? Iemand zou daar eens onderzoek naar moeten doen.
En dan hebben we ook nog van die zelf benoemde ‘insiders’. De lui die weleens een toernooitje hebben gewonnen en dan denken dat ze anderen aan de top kunnen brengen. Zonder de broodnodige opleidingen voor coaching en voor het geven trainingen, natuurlijk.
Je zou er chagrijnig van worden. Chagrijnig mag; vooral wanneer je net hebt verloren en daardoor ook niet toerekeningsvatbaar bent. Maar, mocht je toevallig winnen, dan hoor je een sportieve gentleman te zijn. Anders ben je gewoon zelf een pannenkoek. Doe me nog maar een Juupje.
Cees van Leeuwen.

23 trekhonden.

Op een PDC-podium noemt een speler zijn tegenstander een vetzak. De graatmagere Russ moet er tussen springen om de bakkeleiende walrussen uit elkaar te houden. Een Rotterdams Superleague team gaat om de een of andere duistere reden op de vuist met de tegenstander. Dat leidt blijkbaar niet tot bevrediging zodat ze de boel verder uitvechten via de openbare media.
De Gouden Landskampioen Schaal is vergeven. Voor de een of andere trollensite reden genoeg om de hetze tegen die Landskampioen nog maar eens nieuw leven in te blazen. Vooral de reacties op het feestjesboek zouden bij een onderzoek naar de mentale staat van Nederland een goed figuur slaan. Of is het een slecht figuur? Man, man, man, wat is dat Nederlandse voetbalvolk dom, kleinzielig en haatdragend. Ben ik effe blij dat ik geen Nederlander ben. Ik ben een Waterman en van Watermannen (Eehhhh…. Of was het Watermensen? We moeten wel woke blijven, natuurlijk.) is algemeen bekend dat ze hier niet wonen, maar af en toe vanaf Uranus afdalen om eens te kijken of het hier nog wel goed gaat. En weet je wat? Het gaat niet goed.
Ik heb weer het genot mogen ervaren om een deel te mogen zien van de zoet kwelende paradijsvogels van Europa. Van hoofdpijn en dicht gepropte oren naar ‘Ik ben even naar het toilet …’ en van onverstaanbaar tot zo vals als een cirkelzaag. En dit boven de tachtig decibellen tinnitus uit waar ik vierentwintig uur per dag mee te maken heb. Wat een dag. Nee, dan liever Greetje Kauffeld. Of ga ik nu te ver terug voor jullie? Afijn, in 1961 was het ook niet in Cannes en kruiken. Zo werd in België, op 1 december, vanwege de afwezigheid van verkeersborden, de algemene regel: Voorrang van Rechts ingevoerd en op 31 december gingen in Nederland de laatste 23 trekhonden met pensioen.
Ik dwaal af terwijl Johnny Hoes zingt ‘Och was ik maar bij moeder thuis gebleven’ en om jelui een plezier te doen doe ik nog 1 weetje. Heeft iemand enig idee wie in 1961 op 5 februari het zonlicht zag? Juist, Ronnie Baxter, ‘Rocket Ronnie’ die in 2005 en 2006, samen met mijn liefje de Open Holland won. Go Ronnie!
Ik ben nog steeds niet terug bij mijn onderwerp. Zal ik maar negeren hoe onze maatschappij degenereert? Moet ik me richten op leukere zaken? Zoals wat dan? Gisteren heb ik voor het eerst sinds een paar maanden weer een beetje redelijk staan smijten. Dat zou kunnen betekenen dat mijn herstelplan door training vruchten begint af te werpen. Nog even volhouden dan. Volgende maand spelen we de lang uitgestelde Dutch Open weer. Maar daarvóór wil ik een goed figuur slaan tijdens de play-offs van de Brabant Cup.
Cees van Leeuwen.

Een traan.

Maandag 18 april 2022, Tweede Paasdag. Voorzien van een glas Verdejo met een glas water ernaast, zit ik op het terras van Soif lekker in de zon te wachten op wat komen gaat.
Het is prachtig weer en de halve wereld flaneert aan mijn ogen voorbij. Een vliegende rat landt op een tak van de tegenover me staande boom. Of toch niet? Nee, het is een roek in zijn zwarte pak. Het zal vandaag wel een kerkelijke feestdag zijn, anders heb je geen reden om zo’n warm zwart pak aan te trekken, denk ik. De roek vliegt weer weg. De vliegende ratten blijven nog. Scharrelend onder de tafels hopen ze op een gul gegooid hapje. Helaas, de moderne toerist heeft blijkbaar geleerd van de overlast die je krijgt van een overvloed aan aandacht van die gevederde vriendjes en teleurgesteld ze druipen af.
Een meter of acht bij me vandaan zit een jongedame vanachter haar zonnebril naar me te gluren. Ik kan haar bijna horen denken. "Hmmm, goed postuur, leuk gekleed, niet te gek oud. Wat zou hij aan het doen zijn op z’n telefoon?"
Ik zit een column te schrijven, meis. Zo eentje waar mijn opdrachtgever het niet mee eens is. Een column die niet over darten gaat. Zou het over Ajax gaan? Nee, ook dat kan niet want dat vindt hij ook al niet goed vanwege de mogelijke controverse. Woke? Dat geloof ik niet. Ik geloof eerder in censuur door een andersdenkende voetballiefhebber.
De jongedame steekt haar tong uit. Was dat in mijn richting? Ik hoop het niet, want ik zoek geen contact. Ik ben gelukkig getrouwd; met Karin. Helaas kan Karin niet bij me zijn op deze mooie dag. Ze moet werken, zoals op alle zon- en feestdagen. Haar weekeind valt tegenwoordig op dinsdagen en woensdagen omdat haar baas niet genoeg personeel heeft om zeven dagen per week te openen. Dit heeft als jammerlijk gevolg dat het spelen van darttoernooien voor haar niet meer is weggelegd, wat ik uiterst pijnlijk vind. Af en toe zie ik in haar tekenen van heimwee naar de sport en pakt ze haar pijlen op om een paar minuten te gooien. Alhoewel dit een onbevredigende actie is, ben ik nog steeds onder de indruk van haar talent en ben ik ervan overtuigd dat ze zonder zich te hoeven schamen, zo weer het internationale circuit in zou kunnen.
De jongedame en haar vriendin zijn inmiddels opgestaan om weer eens verder te gaan kijken en in het voorbijgaan gluurt ze nog eens mijn kant op. Deze keer, vermoed ik, uit jaloezie over het bord heerlijke, verse oesters dat door een vriendelijke serveerster voor mij is neergezet. Ik heb geen interesse meer. De heerlijke zilte smaak van het maritieme gedierte, samen met het acidische in de afdronk van het gefermenteerde witte druivensap laat me even wegdromen op het gevoel wat de gemiddelde Brit “bliss” pleegt te noemen. De zon lacht mijn kalende kruin toe en ik breng mijn smaak weer in balans met een afgescheurd stuk bruin gekleurd, met allerlei granen doorspekt brood. Het is weer goed toeven bij café-restaurant Soif. Of is het “So If”? Hoe dan ook, het Vlissingse Bellamypark ligt te blakeren onder de lentezon. Meeuwen schreeuwen en een bonte mengeling van toeristen en lokaaltjes beweegt zich door elkaar door de smalle doorgangen in de overvloed aan terrastafels. Het grootste deel van Nederland heeft een vrije dag en ik mis mijn lief.
Cees van Leeuwen.

Helden.

Heeft iedereen gekeken naar de helden van de dartvelden? Ik wel. Alleen zit ik me af te vragen wie de helden dan wel zijn. Hoe dat zo? Wel, een held is een persoonlijke gewaarwording. Mijn held is niet jouw held en jouw held vind ik knap waardeloos. Kijk maar naar het feestjesboek en alle posts die de laatste tijd voorbij komen met de heren Hamilton en Verstappen als onderwerp. Ik word er kotsmisselijk van. Maar, daar gaat dit niet over. Ik heb het over darts, onze vrienden in de PDC en de helden die daar rondhuppelen. Voor elk wat wils op dat gebied. De een vindt zijn held in een groene gifkikker (Phylobates Terribilis Mint) en de ander vindt zijn held in iemand die zich voordoet als ijskonijn met een bijnaam die gestolen is van de Amerikaanse mentaal gestoorde seriemoordenaar, Richard Kuklinski. Da’s ook al niets voor mij.
Heldenverering wordt regelmatig gericht op degenen die in de absolute top spelen, maar ik ben natuurlijk weer dwars waardoor ik mijn helden vind onder de mindere goden van het dansfirmament. Ik houd het bij mensen die ik graag mag en die ik ervaar als prettige medesporters. Ik heb dus veel helden. De meest in het oog springende daarvan voor dit moment zijn een duo die ongeveer een meter in lengte en een jaartje in ervaring schelen.
Aan de langste van de twee heb ik een eerdere column gewijd. Zijn verhaal kwam voort uit de keer dat ik voor het eerst van mijn lange dartleven bij Bet Koolen was. Naast onze eigen wedstrijd in de Brabantcup, smaakte ik het genoegen om wat gegooi te zien van het Superleague team van Boslust, of was het Bosgenoegen? Ze lustten in ieder geval het genoegen van een aangename pot pijlensmijterij. Het spel van Martijn viel me daar op en ik was niet verrast. Ik ging hem daarna wat meer volgen en ik was nog steeds niet verrast. Zou het komen doordat ik niet verrast word door goede optredens? Uiteindelijk heb ik jarenlang topdarts in mijn huiselijke omgeving kunnen bewonderen, waardoor ik goed spel als normaal ben gaan beschouwen. Maar goed, twee bewonderden die mijn aandacht trokken gedurende de loop van mijn eeuwenlange bemoeienis met het edele pijlsmijten.
Die andere die een metertje kleiner is dan ons lange wonder? Wel, het is finaledag bij het Lakeside WDF-wereldkampioenschap. Vier finales waar ik eens lekker languit luierend op mijn ligbank van ga genieten. De sterren van de WDF komen voorbij in hun laatste poging om de beste te zijn. Eerst de meisjes die eindelijk ook eens de sportieve aandacht krijgen waar ze recht op hebben. Eleanor Cairns is hier de beste en de eerste Wereldkampioen. Daarna komt de strijd waarop ik de hele week zit te wachten. De Jongensfinale; strijders zijn Charlie Large en Bradly Roes, mijn teamgenoot in het DSWN-BBC team ‘Sportcafé De Goudenregen’. Ons team is trots. Trots dat hij bij ons speelt en trots dat hij na zijn JDC-wereldkampioenschap nu hier staat voor nog een wereldtitel.
Bradly heeft een opdracht. Vriend Menno (zeg maar St.-Menno) heeft hem opgedragen om dit tweede Wereldkampioenschap te winnen, anders moet hij voor straf een koppeltoernooi gooien met het oudste lid van het BBC-team. Dat ben ik dus. Niet dat dit een ramp zou zijn, maar we vinden allebei dat we toch maar liever zien dat Bradly dit WK wint. En, zoals iedereen heeft kunnen zien was Charlie Large een maatje te klein voor Bradly die een extra large kwaliteit liet zien. 3-1 en een fabuleuze overwinning voor onze teammaat. We zijn trots! Trots op ons maatje en de mensen die hem begeleiden op dit pad naar een geweldige toekomst in de sport.
Cees van Leeuwen.

Puppy power.

Ik heb het helemaal gehad met die dartsgroepen op het fecesboek. Iedere dag weer hele ritsen newby’s die na een week, of na dertig jaar, een maximum hebben gegooid en dit laten weten via een foto. Oké, ik kan alle begrip voor opbrengen voor de trots van de allereerste 180 in je carrière. Alleen, en dit geldt voor bijna iedereen die iets langer in onze sport kampeert, wordt het op een gegeven moment een beetje overweldigend. Al die foto’s van maximums, de een nog mooier dan de ander en de ander nog overduidelijker dan de een, handmatig in het bord geprikt. Maar ja, je mag je er niet druk over maken. Alhoewel…
Ik zit een vraag te lezen van iemand die aangeeft dat hij een paar maanden geleden is begonnen met darten. Hij vraagt: ‘Is het goed als ik concentreer op het gooien van vijftien darters om mijn eigen legs te houden en is het daarnaast goed dat ik concentreer op twaalf darters om iemand te breken?’
Hè? Halloooo!! Waar gaat dit nu weer helemaal over, meneer Sonneberg? Het dart een paar maanden en dan geeft hij aan dat er geconcentreerd moet worden op gemiddeldes waar een professional trots op is? Ach ja, zelfoverschatting is ook een kunst, zullen we maar zeggen.
Je ziet ook van die vragen-naar-de-bekende-weg voorbij komen. Mensen die vragen: ‘Ik dart nu al drie dagen en ben op zoek naar een goede pijl. Wat zou je me aanraden?’ Of: ‘Ik heb een nieuw bord waarop ik nu al een week gooi en hij ziet er versleten uit. Er komt een wit draadje naar buiten. Welk bord zou je me aanraden, want deze Blade 5 is knap waardeloos.’
Heerlijk! Vooral als ze een foto bijvoegen waarop je kunt zien dat ze een zelf geproduceerde punt gebruiken die over de hele lengte meer grip heeft dan Simon Whitlock in zijn hele schuur. En dan de lui die alles zelf fabriceren, zoals die gek die ik in een filmpje een puntenwisselaar zag maken van een popnageltang. Van de kosten die hij maakte had hij via het internet drie puntenwisselaars kunnen kopen.
Had ik het al over de betweters gehad? De lui die je weten te vertellen dat hoe het spelletje gespeeld moet worden. Na de zoveelste ‘Je moet dit, je moet dat…’ probeerde ik zo iemand te helpen door aan te geven dat hij eerst eens zelf moest leren spelen om daarna pas het Wereldkampioenschap te winnen. Ik werd helemaal afgebrand. Ik ben blij dat mijn privé-gegevens niet open en bloot op het internet staan anders had het wel eens heel slecht met me af kunnen lopen. En jawel hoor, de bedreigingen werden me natuurlijk door een Nederlander toegesmeten. Ik heb bijna alle dartsgroepen uit mijn lijst gesodemieterd.
Cees van Leeuwen.

Koud kunstje.

Eén van mijn onderdestoelse stofsnuffelaars duikt triomfantelijk op vanonder een bijzettafel, met een brok Maine Coon droogvoer. Na een parade met de staart in de lucht en een rondedansje als was ze een Indiaanse sjamaan, laat ze het brokje weer vallen. Ze geeft er een hengst tegen met haar linker voorpoot (southpaws rule) en stormt er vervolgens achteraan. Tegen de tijd dat het brokje aan de andere kant van de kamer is, heeft ze het alweer ingehaald, ze geeft er nog een lel tegen en gaat er weer achteraan. Misschien moet ik eens denken aan een tredmolen. Da’s een eenvoudiger manier om haar aan haar dagelijkse lichaamsbeweging te laten komen. Alhoewel, zou dat ook even leuk zijn? Gezien de smile op haar smoelwerk zou dit best wel eens niet zo kunnen zijn. Bovendien heb ik het hier over een actie die bijna dagelijks terugkeert, dus zal er best wel een stuk arbeidsvreugde in zitten. Of zou het gewoon volharding zijn? Volharding is belangrijk, ook in de dartsport. Om me heen zie ik ze regelmatig. De volhouders die volhardend vasthouden aan het idee dat volhardend vasthouden vrolijke vrijetijdsbesteding is. Binnen deze context moeten we vooral de voortdurend volhardende Gallische miniheld Idéfix niet vergeten. Het niet-aflatende keffertje, waar je uiterst gallisch van wordt.
Om je heen glurend, zie je ze regelmatig tijdens je geliefde darttoernooien. Die gastjes, meestal mini, van wie de bek geen seconde stil staat. Is het niet om in bier te happen, dan is het wel om je de een of andere story te vertellen. Een verhaal waar je totaal geen interesse in hebt, laat staan behoefte voor voelt. Daarom, onder het mom van plotseling opkomende buikkrampen, of het verdrinken van je geliefde goudvis, maak je jezelf uit de voeten als je het keffertje in je vizier hebt gekregen.
Edoch, volharding is een heel belangrijke eigenschap voor pijlensmijters. Wanneer je niet in staat bent om tot in den treure door te gaan met het oefenen van cruciale punten in je spel, zul je nooit slagen. Klein, klein keffertje Taylor deelde dit jaren geleden al met de rest van de wereld. En hij had gelijk. Geen oefening; geen kunst! Natuurlijk denken sommigen dat darten sowieso geen kunst is en ze hebben gelijk. Wat tegenwoordig kunst genoemd wordt, komt ook bij mij meer over als een leuk trucje dan als kunst.
Ik vind dat de definitie van kunst fout is. Waarom? Omdat ik een eigen idee heb over kunst en dat idee kan niet toegepast worden op wat tegenwoordig kunst wordt genoemd. Rembrandt maakte kunst. Hij ging jaren in de leer bij Jacob van Swanenburgh uit Leiden en leerde van hem over materialen en technieken. Dit was voor Remmie het begin van het maken van kunst. Hij volgde een opleiding. Hedendaagse belangrijke kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Andy Warhol, voorzien onder meer een foto van verschillende kleuren en resoluties en dit wordt dan kunst genoemd. Ik had dat ook gekund. Jij had dat ook gekund. Wij hadden dat allemaal gekund, want voor het bewerken van foto’s heb je geen specifieke, jarenlange opleiding nodig. Ieder kind kan dat. En zo zijn er veel voorbeelden te noemen van wat tegenwoordig voor kunst doorgaat.
Daarom wil ik de definitie van kunst aanpassen naar: ‘Een vaardigheid, voorafgegaan door vele jaren van opleiding die leiden tot meesterschap.’ Dan kunnen we alle uitingen die hier niet onder vallen van het wereldoppervlak verwijderen en hoeven we ook geen hoge subsidies te spenderen aan lui die het zich wel erg gemakkelijk maken in hun streven naar geldelijk gewin. Er blijven dan meteen miljarden Euries over voor de subsidiëring van onze volharding in de nationale dartsport. Ideetjûûhh…?

Cees van Leeuwen.

Vogeltuig

In het nieuws op de tv zeggen ze dat het weer voorjaar wordt en daarom noodzakelijk om onze tuinvogels te tellen. Tellers moeten vogels herkennen, tellen en dit doorgeven aan een van die belangrijke instanties waar ons land op drijft.
Ik ken alleen Piet. En wanneer ik Piet zie, vraag ik me af of ik me zal voorstellen, of moet ik hem alleen gedag zeggen? En hoe zit het wanneer ik Merel tegenkom? Herken ik Merel, of loopt er iemand rond met zo’n bord boven haar hoofd zoals je ze wel eens in de aankomsthal van vliegvelden ziet? “Merel”, en dan een pijl naar beneden. Zo van, als je Merel zoekt, die ligt hier. Dan moet de drager van het bord wel blijven staan, natuurlijk. Anders loop je kans dat je Lorre gaat begroeten. Die begrijpt daar dan weer helemaal niks van en moet je jezelf weer helemaal opnieuw gaan voorstellen.
Omdat het hier om een vogeltelling gaat moet je natuurlijk ook bijhouden wie je geteld hebt. Je moet wel oppassen dat je dezelfde niet twee keer telt, want anders kun je weer overnieuw beginnen. En wat te denken van vreemde vogels die je tegenkomt. Dit zijn niet alleen huisvogels, maar ook migratie vogels. Dus ook nog eens seizoengebonden en dan zijn het ook heel vaak vreemde snoeshanen. Weer een andere categorie? Ik snap natuurlijk ook wel dat het hier niet over een telling van pluimvee gaat, maar laten we wel wezen, er zitten vaak paradijsvogels tussen. En denkend aan dit vreemde gevogelte, wat doen we met genderneutraliteit? Tellen we mannetjes, vrouwtjes en watjes, of misschien een andere letter van het alfabet welke je prefereert? Dat geeft natuurlijk te denken, omdat dan als eerste je a-viertje heel snel vol is en als tweede zou je door de bomen het bos wel eens niet meer kunnen zien en daarmee ook niet al die takken waar op hun beurt ook weer vogels op zitten. Je zou er getikt van worden. Alhoewel? Je begeeft je dan op het werkterrein van de specht waarmee je het risico loopt om helemaal horendol te worden van het geratel.
Ik krijg hier de hik van. Lepelaars, tapkraanvogels, dooie mussen, volkswagenmenners. O nee, da’s een ander onderzoek. Hoe het ook zij, ik kom er niet meer goed uit. De uiteindelijke telling gaat over het teruglopende aantal tuinvogels. Daar lijdt dus de helft van de Nederlandse bevolking aan, vooral als het mooi weer is. De andere helft woont in een flat, dus moet je het in dat geval misschien over balkonvogels hebben. Of vergeten we dan de vliegende ratten? Die Dam in Amsterdam zit er in ieder geval vol mee. Trafalgar Square ook, overigens, maar die spreken alleen Engels, dus hoeven wij ze niet te tellen.
Nu zou je kunnen denken dat migratievogels ook geen Nederlands spreken, maar dat gaat niet op, want die krijgen bij binnenkomst in de AZC een cursus “Hoe spreek ik behoorlijk Nederlands” aangeboden.
Weet je wat? Ik heb hier echt geen zin in. Ik denk dat ik maar eens een paar kippenpoten ga eten. Of mag ik dat ook al niet meer zeggen? Moet ik het anders omschrijven? Ik ga een paar niet-heteroseksuele pluimvee-achterbenen verorberen. Hmmm… En ook “jummie”, natuurlijk. Vooral wanneer Karin ze bewerkt heeft met sambal, honing en knoflook. Sambal ajam madu zou ik het dan noemen en er vindt geen aftrek plaats in de telling van tuinvogels. Sjips! En nu vergeet ik de vogelpiekvogels te tellen. Moet ik wéér opnieuw beginnen…

Cees van Leeuwen.

Batavius Gigantus.

Is het je wel eens opgevallen dat die Martijn Kleermaker eigenlijk helemaal niet degene is die hij voorwendt te zijn? Zijn spelniveau doet vermoeden dat we hier niet te maken hebben met de eerste de beste amateur, maar met een doorgewinterde professional.
Martijn, die inmiddels al tien jaar samen met zijn geliefde Jessica in een gezellige gezinssituatie rond loopt te huppelen, zou best wel eens een Engelse undercover darter kunnen zijn. Herinneren jullie je de zogenaamde ‘sleepers’ uit de jaren vijftig; een eeuw geleden? Russische spionnen die een doodnormaal leven hadden in de VS, tot ze via een speciaal signaal geactiveerd werden om hun spionnenwerk te doen? Volgens mij is de jonge heer Kleermaker er ook zo een.
Wanneer blijkt dat er te veel Nederlands sprekende toppers beginnen met het bestijgen van de ‘Stairway to Darts heaven’, wordt ergens vanuit Whitehall in London een gecodeerd signaal gezonden naar een specifiek punt in het midden van ons land. Bij ontvangst staat onze vriend Martijn op en begint hij Engels te praten. Hij stroopt zijn armen naar beneden en dan blijken dit sleeves te zijn waaronder hij diverse tattoos verbergt. Eén van de tattoos op zijn onderarm toont de woorden ‘The Power’ en tegelijkertijd begint op de achtergrond de firma Snap! aan hun hitsingle ‘I’ve Got the Power’.
Voor ons is dit genoeg om zijn ware aard te tonen. Gezien zijn lengte valt niet uit te sluiten dat hij deels is opgebouwd uit restmateriaal dat is gebruikt bij de constructie van de korte maar krachtige Phil Taylor. Alhoewel we ook rekening moeten houden met de mogelijkheid dat de situatie precies omgekeerd is. Kleine Phil, alias Phil Kleermaker, had ook gebouwd kunnen zijn van de Legoblokjes die over waren toen Martijn iets te lang bleek voor onze deuropeningen. Martijn heet dus eigenlijk gewoon Taylor. Martijn Taylor, toch?
Phil, die vroeger De Sluwe Pottenbakker werd genoemd, zou bij zijn vertrek uit het actieve dartleven voor een opvolger hebben gezorgd in de persoon van Martijn. Alleen denk ik niet dat hij rekening heeft gehouden met een bonenstaak die zelfs vanaf de zijlijn zijn pijltjes in het bord kan steken. Wat me weer doet denken aan die andere lange. Je weet wel, de Hagenees die in 1993 in Vegas WDF Wereldkampioen werd omdat ze geen tegenstanders meer voor hem hadden. Ene Roland Scholten.
Nu ik erover nadenk, zou het natuurlijk ook kunnen zijn dat er hier en daar gekloond is. De lengte van het statief gekoppeld aan de pitbullerigheid van die kleine driftkikker. Die combinatie zou best wel eens wat kunnen hebben. Lengte loopt, zeggen ze in de scheepvaart. Zal ik je eens wat vertellen? Dat klopt als een bus! Ik moet me een breuk rennen om hem bij te houden.
Maar, zoals ze in Engeland plegen te zeggen: 'Wat te ver.' Ik ben behoorlijk onder de indruk van de prestaties van Martijn en ik mag dan ook hopen dat hij binnen niet al te lange tijd zijn plaats in de OoM heeft vastgemetseld en een niet-meer-weg-te-denken grootheid is. Lekkââhh bezûûgh, Martijn. Enne…, Roland? Old Boys tournament? Succes!
 
Cees van Leeuwen.

Ik word zo moe hè…

Hoe ouder ik word, hoe meer ik twijfel. De mens stamt niet af van Bokito, maar de mogelijkheid bestaat dat we een gemeenschappelijke voorouder met hem hadden. Die voorouder moet een interstellaire vreemdeling zijn geweest. Althans, volgens de Ancient Aliens Historici.
Nadenkend over dit bericht, moet ik mijn ideeën over mijn naasten drastisch bijstellen. Wat als die Ancient Aliens Hysterici gelijk hebben? Dan gaat je hele wereldbeeld toch naar de gallemiezen? Mijn wereldbeeld had al een flinke deuk opgelopen toen onze vrienden uit het Luxemburgse zich gingen bemoeien met het uitzenden van onze geliefde sport. Zoals gebruikelijk tijdens hun uitzendingen, werden we ook nu weer getrakteerd op de Rampzalig Treurige Lulkoek van de soort die de laatste tijd in onze sport schijnt thuis te horen. De behoefte om sporters neer te halen met ongepaste grappen en opmerkingen omdat ze niet favoriet zijn, of die niet bij iemands leeftijdsgroep horen, kan bijna belachelijk genoemd worden. Aan het prille begin van hun uitzendingen, heb ik een keer richting een commentator gereageerd met het verzoek om op een iets minder kinderachtige manier het publiek van informatie te voorzien. Hij antwoordde dat hun aanpak niet bedoeld was voor kenners van de sport, maar voor de onwetende meerderheid van de kijkers.
Stel je daarom eens voor dat er zestigduizend darters in Nederland rondhangen (waarvan dertigduizend aangesloten) en dat de wedstrijden gevolgd worden door, bijvoorbeeld, tweehonderdduizend kijkers. Dan houdt dit in dat het grootste deel van de kijkers niet voor vol wordt aangezien en als kleine kinderen behandeld moeten worden. Dit horend zou je bijna op zoek gaan naar een zender uit een ander land.
Maar dit is allemaal verleden tijd. Er wordt een uitzender uit een ander land gepresenteerd. Het liefst had ik voortaan mijn beelden uit de UK gekregen, maar helaas komt sport nu vanuit Scandinavië en wordt het uitsluitend via de plee uitgezonden. Daar hebben we dus ook niets meer aan. Shitzooi! Er moeten weer tientallen Euro’s per maand uit de zak geklopt worden om in onze behoefte aan ontspanning door sport te voorzien. Zelfs voor mijn kijkgenot waar het de Formule 1 betreft.
Nou ja! Na het fabuleuze spel bij de laatste vier en in de finale, kunnen we weer helemaal tevreden terugkijken op een geslaagd WK. Behalve dan voor degenen die positief werden bevonden. Zonde en helaas. Het had zoveel beter kunnen aflopen. We hebben wel een goede winnaar en een nummer twee die ik deze keer de winst had gegund. Maar ja, niet alles in dit leven gebeurt zoals we het zouden willen.
Na die derde dag van de eerste maand van het nieuwe jaar gaat het leven weer gewoon zijn maatregel-gebonden gang. Nog negentien dagen tot aan de wereldwijde viering van mijn geboortedag en dan gaat mijn persoonlijke nieuwe jaar ook weer van start. Jaar drieënzeventig en ik voel me nu al moe worden. Zou het corona zijn? Moet ik ergens een wattenstaafje in steken? Heb ik voornemens? Zeker heb ik die. Iedere dag sporten. Lekker eten en zorgen voor iedereen waarom ik geef. We hebben allemaal iets nodig wat ons in deze tijd van ellende bezighoudt. Daarom: Films; veel films. Sciencefiction heeft mijn grootste aandacht. Ik ben nu al benieuwd naar Zack Snyder’s cut. Vier uur duurt die. Heerlijk!

Cees van Leeuwen. 

‘All I want for Christmas is your HBO GO password.’

Wawakandoeda? Kwasietsandoe, alleen weekniewakandoewa. Wadeekdanokalweer? Ah! Kweetalweejja. Kwasunkersgroetantsrijvuh.
Of was het een nieuwjaarswens? Wie het weet mag het zeggen. Wel, niemand gaat het weten, want ik stop ermee. Kerstgroeten en Nieuwjaarswensen. Hupsakee! Het Nieuwjaarsvuur in. Samen met al het andere dat in de omgeving werd gevonden, belandde de brandbare troep op oudejaarsavond op een grote hoop op een kruispunt. 'Hé kijk, de auto van de buurman!' Om klokslag twaalf, na flink tekeer te zijn gegaan met een jerrycan met benzine, werd het in brand gestoken.
Vroeger, toen ik nog in het Laakkwartier woonde, deden we dit ook. En een lol dat we hadden. In de week voor oudjaar sloegen we elkaar de hersens in over het bezit van brandbaar materiaal. Dat werd dan verstopt op een geheime plek die weer gerausd werd door een andere ploeg, waarna we elkaar weer de hersens insloegen om de boel weer terug te roven. Zo bleef je gezellig bezig in de Kerstvakantie.
Terwijl de stapel rommel in brand stond, was het een feest om vuurwerk naar elkaar te gooien en was het tijd voor de kit om op te draven. Letterlijk, want die kwamen niet te voet. Nee, bereden politie. Vooral op het Lorentzplein. Paarden, sabels en wapenstokken en hakken maar.
Dat was in de gouwe ouwe tijd, weet je wel. Nu, na tweeënzeventig jaren in dit leven, maak ik het testament op van mijn jeugd. Logischerwijs heb ook ik geen geld of goed weg te geven, want ook daarvoor heb ik nooit gedeugd. Ik heb wel nog wat jeugdherinneringen, maar zoals je hier kunt lezen, waren die ook niet best.
Op het dressoir staan nog wat vergeelde kerst- en nieuwjaarsgroeten uit vervlogen tijden toen we nog fijn, zonder gezichtsbedekking en bijbehorende handcomputer overal heen konden. Heimwee; heimwee naar mijn jeugd. Vroeger, voordat we elkaar in de Kersttijd verrot sloegen over een stuk hout? Ik denk het niet. We missen allemaal wel de ongedwongenheid van een zorgeloze jeugd. Die nonchalance waaraan we met een somber genoegen terugdenken. Een vrijheid die zwartgallig benadrukt wordt door maatregelen die het leven van nu binden aan het grote moeten, in plaats van aan het vrolijke kunnen. Nee, voor mij geen vrolijke wensen meer. Ik kan mijn tijd beter besteden met het verzamelen van gegevens voor mijn belastingopgave over het afgelopen jaar. Wat jullie doen moet je zelf weten, al hoop ik wel dat je dat doet in alle voorspoed, vriendschap, hoop en liefde. En met alle plezier die je kunt opbrengen. Vergeet je familie, vrienden en geliefden niet in deze donkere tijd. Fijne feestdagen allemaal.
Cees van Leeuwen.

All that you are is all that I’ll ever need. (courtesy: Ed Sheeran)

(10-12-2021. Voor Karin. Ik had al voor sneeuw gezorgd op je verjaardag.)
In een hoekje van een obscuur universum genaamd ‘Herinner Me’ ergert Ayla zich. ‘Waarom,’ denkt ze, ‘waarom kunnen jullie mensen niet begrijpen dat echte liefdesverhalen nooit eindigen?’ Waarna ze aan de teugels van haar rijdier trekt om haar te laten draaien en terug te gaan zoals ze gekomen zijn. Bollie draait zich op haar achterpoten om en springt naar voren in een machtige sprong die haar terug zal brengen naar haar oorsprong. Een dorp, even ten noorden van de stad Goes in de provincie Zeeland in het zuidwesten van ons kleine land onder zeeniveau, waar ze geboren is.
Er ligt een verhaal op de loer. Toen ik toevallig opzij keek, zag ik haar. Half verscholen in de bosjes, langs de kant van het pad over de heide waar ik heen was gevlucht om mijn gedachten weer wat vrijheid te gunnen. Omdat ze groen met paars gekleurd is, valt ze niet op tussen het gras en de bloeiende heideplanten. Ze knipoogt naar me waardoor mijn aandacht haar kant op wordt gesleurd. Bij een wat nadere inspectie ziet ze eruit als een interessant verhaal. Heldere oogopslag, levendige blik; eigenschappen die meteen mijn aandacht trekken.
‘Hoi’ zeg ik. ‘Wat brengt jou hier op deze mooie winterdag?’
‘Ik ben geïrriteerd.’
‘Waarom dat dan?’ vraag ik, terwijl ik haar paars met groene haren bewonder.
‘Omdat ik een probleem zonder oplossing heb.’
‘Ach, wil je erover praten? Praten helpt als iets je dwars zit, weet je wel?’
‘Weet ik niet.’ antwoordt ze. ‘Ik ben hier naar toe gekomen zodat ik met niemand hoef te praten. Wat geeft je de indruk dat ik voor jou een uitzondering maak?’
Het verhaal is inmiddels opgestaan uit haar schuilplaats en toont haar prachtige winterkleuren in groen, paars, rood, oranje en geel in hun volle glorie.
‘Tussen haakjes, ik ben Ayla. En jij?’
‘Neem me niet kwalijk, mijn aangeboren beleefdheid heeft me even in de steek gelaten. Ik ben Cees. Aangenaam.’
‘Aangenaam,’ antwoordt ze. ‘Waarom ben jij eigenlijk hier?’
‘Ik heb wat last van een writers block en kreeg het idee om de boel een poosje de boel te laten en mijn gedachten wat uit te laten waaien.’
‘Schrijver, hè? En nu heb je mij gevonden.’ Haar conclusie is kort, bondig en helemaal to the point. Precies het soort conclusie waarnaar ik op zoek ben.
‘Da’klop‘, hoor ik mezelf brabbelen. Aangezien mijn brein een compleet andere richting is ingeslagen door haar reactie kan ik, waarschijnlijk omdat we ons op de hei bevinden, door een gebrek aan bomen het bos niet meer zien en reageer ik via de automatische piloot.
Neerkijkend op het landschap waar ik als auto-pilot overheen vlieg, zie ik de winterkleuren van gras, heide en een enkele kleine berk. Ik zie ook een enkel figuur die klaarblijkelijk in gesprek is met iemand die ik niet waar kan nemen. Ik klik mijn radioverbinding aan en vraag ‘Oy, HBZ, wat ben je aan het doen? Sta je daar een beetje in jezelf te mompelen?’
Ik schrik wakker uit mijn gedachtegang en kijk naar Ayla. Tegelijkertijd trek ik mijn klimgerei aan, grijp mijn pikhouweel en daal af in de krochten van mijn brein om passende woorden te vinden die de ontstane stilte kunnen overbruggen, zonder haar af te schrikken.
‘Ik ben tegen een moeilijkheid aangelopen die mijn pad blokkeert. Om precies te zijn was ik een hoofdstuk begonnen met aan te geven wat ik van de mensheid vind. Alleen kan ik geen passend vervolg vinden op dat idee. Ik was dus op zoek naar een mooi verhaal. En nu heb ik jou gevonden.’
‘Hè, wat toevallig nou. Zullen we ergens wat gaan drinken en de hele kwestie samen bespreken?’
‘Strak plan.’
‘Tussen haakjes, nu we elkaar wat beter gaan kennen; mijn volledige naam is Ayla Phiou.’
‘Mooie naam voor een mooi verhaal en Ik vermoed dat wij goed gaan samenwerken; ik ben
Cees van Leeuwen and I love you.’
(excerpt from: “If a Lion Could Talk – Chestnuts from the confusion that is my mind.”; 2016)

Relax!

Wat ze op hun geweten hebben is iets wat ik van tevoren had kunnen bedenken, maar wat nooit in me opkwam. Mijn bontjasjes veranderen je dartsspel ten goede. Hoe dan? Wel, als eerste is er het feit dat de dames als grijze bliksemschichten aanwezig zijn wanneer een dart niet wordt verwelkomd door de altijd waakzame bedrading van het dartbord. Het enige minpunt is, dat ze er nog niet in geslaagd zijn om een bounceout te vangen. Of misschien ligt dat buiten hun interessegebied en laten ze de pijl gewoon op de grond vallen. Echter, zorgt dit er wel voor dat je, weggekropen achter de oche, een beetje harder probeert om die verdomde draden te raken. Je wilt ze zó graag in volle vlucht een dart zien vangen. Helaas is Roland Scholten de enige die ik dit heb zien doen. Maar ja, hij hoeft alleen maar zijn hand uit te steken om het bord te raken. Centje van een fluit voor hem.
Hypothese: 'Met je poesje bij de hand leer je beter te mikken tijdens het darten.'
Er is nog een ander fenomeen wat voortkomt uit je kattige slavernij. Sereniteit! Katten zijn van nature sereen. Je kunt het je niet veroorloven om telkens boos te worden als ze je met kattenkwaad confronteren. Je leert daarom automatisch een meer tolerante, melancholische houding aan. Vooral als je bedenkt dat katten, die net een heerlijke maaltijd op hebben, vervolgens bij hun huisgenoten vruchteloos om restjes gaan smeken. Daarna vervelen ze zich. Kattenkwaad wordt dan een dagelijkse routine.
Vanuit een oogpunt van zelfbescherming wordt dan ook van jou als kattenliefhebber verwacht dat je de dagelijkse erkenning van hun dictatuur ruimhartig aanvaardt. Deze houding zal je darts ten goede komen. Volgen we de stemming die je katten je hebben opgedrongen: Waarom zou je je druk maken om de gast tegen wie je speelt? Zeker als hij denkt dat hij het door de goden gekozen laatste fenomeen is die ooit een dartbaan heeft betreden. Wanneer je hierover nadenkt, herinner je je dat ons land wel vijftigduizend van deze talenten telt, toch? En uiteindelijk heb je helemaal geen tijd om je met dit soort saaie feiten bezig te houden. Je denkt aan je behaarde ongedierte en het feit dat ze helemaal alleen in huis zijn. Ze eisen je unieke en onverdeelde aandacht op. Dus, waarom denk je dat je het recht hebt om, wanneer je ergens anders bent, aan andere zaken te denken?
Laatst kreeg ik zelfs een sms van Kleintje met de tekst 'Mrow, mow-mow, miauw mrow!' Ik belde meteen mijn zwager om hem te vragen naar ons huis te gaan en de bedden op te maken. Ik had een sloopdreiging ontvangen. Hij gehoorzaamde zonder vragen. Hij heeft ook katten.
Met vredige gedachten heb je meer rust in je hoofd. Dit maakt je minder kwetsbaar voor storende invloeden van buitenaf. Dit, gecombineerd met het feit dat je poesje je heeft geleerd beter te mikken, levert twee punten op ten opzichte van je tegenstander die tandenknarsend knaagt aan gedachten over pannenkoeken en bier. Twee zaken die niets met darten te maken hebben, maar die, iedere keer wanneer er in dit land een spelletje wordt gespeeld, hun lelijke kop opsteken. Is dit omdat de bewoners van dit land de behoefte voelen om te zeggen dat ze deze items hebben bijgedragen aan de dartsport? Wie weet? Of misschien houden ze gewoon van pannenkoeken en bier. Wacht even, wacht even. Ik bedenk net dat het gros van de darters mogelijk jaloers zijn op het niveau van een speler genaamd Piet Pannenkoek. Daarnaast… Bier is goed!
Hoe dan ook, mijn idee hoe je jezelf kunt verbeteren vind je terug in de aanschaf van een setje poezenbeesten. Daarom, dartsfanaten, koop een duootje katten. Dit helpt ook tegen het trieste feit dat het in dit land elk jaar nodig wordt gevonden om dertienduizend vijfhonderd van die zielige bedelaars af te schieten. Vanwege het ongemak.
Cees van Leeuwen.

Dino!

Waar dit over gaat? Wel, kort gezegd verwacht ik een grote verandering in de dartwereld. Een onverwachte wending, die niemand zag aankomen. Daarom is het misschien onverwacht.
Laatst, na de voorrondes, kwart en halve finales, ging de finale van de 2021 Masters tussen Johnny 'The Ferret' Clayton en Mervin 'The King' King. Mmm, 'King-King'? Klinkt kinky. Nou ja...
Na fabuleuze prestaties van beiden won Johnny deze absoluut aantrekkelijke wedstrijd. Hij versloeg Mervin met 11-8 en pakte, naast zijn eerste grote titel, een plaats in de Premier League. Maar daar gaat dit niet over. Waar het wél over gaat, is zijn tegenstander.
Mervin King is niet het jongste lammetje in de kudde. Behalve voor mij dan. Voor mij is hij gewoon een opkomend pupje, maar dat komt doordat ik een ietsje, pietsje meer antiek ben. Hoe dan ook, we hebben Mervin in de voorgaande toernooien, inclusief de Masters, iets heel bijzonders zien doen. Hij is nu vierenvijftig jaar oud en sommige mensen vinden dat hij over de top is. Sommige mensen? Nee, veel mensen! De laatste tijd las ik regelmatig opmerkingen over hem zoals: Oude zak. Has been. Wat-doet-hij-hier-nog? Ouwe zeur. Maar! Wat heeft deze ‘Old Boy’ gedaan?
Omdat hij eerder nogal last had van zijn rug en zijn concentratieniveau, wat veel voorkomt bij darters, besloot hij om hier eens iets aan te doen. En dat deed hij. Na het WK in december, in de kwalificatie voor de Masters, kwam hij neer als een mokerslag. Op weg naar de eindrondes versloeg hij drie wereldkampioenen en Nathan Aspinall waarna hij tegenover Johnny 'The Ferret' stond. Die had een even indrukwekkende serie tegen twee wereldkampioenen en José en James. Geweldig!
Waarom ik meer dan mijn gebruikelijke aandacht aan deze prestaties besteed? Door de mogelijkheid dat Mervin door deze acties aan de wereld heeft laten zien dat er geen ‘has beens’ als gevolg van leeftijd bestaan. Alhoewel? De korte, maar krachtige Taylor zei ooit dat het geen zin heeft om na je vijftigste te blijven spelen.
Mensen, voornamelijk uit de Pamper-generatie, blijven roepen dat figuren zoals King, Beaton en White uit de line-up moeten worden verwijderd omdat ze te oud zijn. Ik denk echter dat deze ‘Old Boys’ door het optreden van The King een nieuw leven tegemoet kunnen gaan. Ouderen kunnen dit spel met de pijlen net zo goed spelen als de eerste de beste puppy in luiers.
En nu is de Koning opgestaan en hij brulde zijn machtige brul om zijn gelijken de weg terug naar roem en fortuin te tonen. Hail to the King! Voormalige kampioenen staan op en eisen hun plaats terug in de gelederen van dartende helden. En wij worden in staat gesteld om onze helden van weleer weer toe te juichen. Die kampioenen die de zalen op hun voetstuk lieten schudden met hun spel. In contrast met het geluid van hordes semi-alcoholisten die naar de bierpompen en bars stormen.
De koning heeft gebruld en zijn gelijken zullen antwoorden. De wereld van het darten zal opnieuw bevolkt worden met echte helden. Als zij tenminste wat tijd vrij maken om te oefenen om fitter en sterker worden en te doen wat hun koning heeft voorgedaan.
Ben benieuwd hoe de komende Senior Darts Tour gaat lopen en ik ben ook benieuwd wanneer ik een uitnodiging ga ontvangen. Misschien komt er zelfs een Sterk Darts ‘Senior Darts Championship’. Wie weet? Schrijf mij maar vast in.
Cees van Leeuwen

Brood nodig?

‘Geef ons vandaag ons dagelijks brood.’ Een simpel zinnetje waar een geschiedenis achter schuilt die verder teruggaat dan de uitvinding van het wiel. Waar het wiel stamt van ±3500 v.C., is brood al 30.000 jaar in gebruik. Zo’n 24.000 jaar langer dus. Brood is van de hele wereld. Iedere natie en iedere bevolkingsgroep kent zijn eigen versie van het brood. Sommigen gaan zelfs zover dat hun variatie in broodsoorten een UNESCO World Heritage item is, zoals Duitsland met zijn 3200 soorten brood. De grootste variatie ter wereld.
De belangrijkste innovatie in brood kwam, toen men bedacht dat er gist aan ontbrak. Niet alleen maakte dit het brood luchtiger en lekkerder, maar het voegde door de werking van het gist ook alcohol toe. Dit verbeterde de smaak aanzienlijk.
Na de ontdekking dat alcohol geproduceerd werd door het gist, werden bier en whisky al snel uitgevonden en kon het lieve leven los gaan. Er wordt beweerd dat dit zelfs zover ging, dat de mensheid ooit gered is van de ondergang door de uitvinding van bier. Het drinkwater was zo vervuild dat bier het enige veilige was om te drinken. Nom, nom.
Tijdens de huidige broodproductie wordt het deeg vaak ingesneden om een attractief patroon te creëren. In vroegere eeuwen deed de bakker dit met puntige dingesen die hij in het deeg gooide om de gaatjes te maken die de eetervaring verbeteren. Het verhaal gaat nu, dat deze handeling leidde tot een competitie onder zich vervelende bakkersknechten. Om de tijd te doden tijdens het wachten tot het baksel klaar was, probeerden ze uit wie het beste met dit gereedschap om kon gaan. Op de achterplaats van de bakkerij gooiden ze de dingesen naar een doelwit wat het hoofd van de bakker voorstelde. De wedstrijden die hieruit voortvloeiden ontwikkelden zich tot het gooien op een ander soort doelwit. Eén waarop was aangegeven hoe dicht de gooier bij het ultieme doel had gegooid. Dit doelwit ontwikkelde zich over de loop van de eeuwen tot het huidige dartbord.
De dart en de worp hebben ook een ontwikkeling ondergaan. Waar het aanzien en de worp van het huidige darten werd toegeschreven aan Britten uit de late Middeleeuwen, moeten we niet vergeten dat de Fransen een spel ontwikkelden waar rond 1400 ook al sprake van was, het Jeu de Javelot.
De javelot, een soort lanspunt met een verenbos aan zijn kont, werd en wordt onderhands naar een doelwit gegooid. Vroeger, toen de bakkersknechten zich nog verveelden zoals hierboven, gooiden die Fransen deze javelots niet naar de kop van de voorstelling van de bakker, maar naar zijn ballen. Vandaar de onderhandse worp. Ook dat andere spel met een onderhandse worp die nogal populair is in het Franse, het Jeu de Boules, of Pétanque, wordt toegeschreven aan dezelfde bakkersknechten en hun verveling. Het doelwit van deze sport, de cochonnet, is een stilistische voorstelling van één van de ballen van de bakker.
Als je mij vraagt hadden die jongens niet veel liefde voor hun baas. En daarnaast mag cochonnet vertaald worden als ‘varkentje’. De baas dus.
Darts, van oudsher een sport van pijlen en bier, heeft daarom alles te danken aan de uitvinding van het brood en alles wat daarmee samenhangt. Ik denk dat ik mijn volgende team ‘De Bammetjes’ ga noemen.
Cees van Leeuwen.

Presentatie.

Presentatie.
Excuus voor het vergeten van mijn voorstelling. Ik ben Cees. Niet Sees, maar Kees, maar dan met een ‘C’. Voor de betweters: Cees, met een K-klank, is een afkorting van Cornelis, wat normaliter wordt verbasterd tot ‘Kees’. Cees, met een S-klank daarentegen, is een verbastering van ‘Caesar’ en wordt dus het welbekende ‘Sees’. Vroegââhh, in Den Haag, had ik een maat die Caesar heette. Als wij samen de Dizzy Down binnen gingen was dat als Cees en Cees. Toch? Goed! Ik heet Cees en ik neem aan dat ik gedurende dit jaar tweeënzeventig ben.
Nee, Wybren Tuinstra, er wordt niet geprotesteerd tegen deze aanname. Ik ben van 1392, maar dat hoeft niet iedereen te weten. Het is al erg genoeg dat jij mij er elke keer weer mee confronteert. M.a.w., niet te verwarren met "Miauw". Dat doet Bollie naast me, omdat ze honger heeft. Of omdat ze naar buiten wil, of allebei. M.a.w., ik ben 629. Maar, what’s in a number? Ik heb gekunstschilderd en gestriptekend, jáááren gezeild en gewindsurfd. Tweeëntwintig jaar gebowld, maar dat doet er allemaal niet meer toe. O ja, ik heb nog een jaar of elf base gebald.
Mijn voetbal-, volleybal-, wedstrijdzwem-, waterpolo,- handbal-jaren zijn nu ff niet aan de orde, want ik ben nu actiever aan het darten dan voorheen. Waarom? Omdat ik pensionado ben. Daarom. Pensionado’s hebben niks zinnigs te doen en nadat mijn hobby bij Sandd werd overgenomen door PostNL, ben ik actiever gaan darten. Mijn eerste pijlen zag ik rond 1962, bij Don Bosco in Den Haag. Dit betekent dat ik het zo’n zestig jaar, minus wat onderbreking, doe. Ik ben rond 1989, in Zeeland, weer actief gaan gooien.
Samen met mijn lief Karin heb ik vijfentwintig jaar lang de internationale dartsvelden onveilig gemaakt. Happy days! Van Perth tot Saskatoon en van Vegas tot Tampere. En terug.
Ik was een vast gezicht bij het Nederlandse Team toen, in Duitsland, de begeleider van het damesteam ziek werd en niet kon afreizen vanuit zijn kroeg in Den Haag. Na een verzoek van Francisca Hoenselaar werd ik interim assistent van Dennis van Onselen, de enige echte Coach. Later werd ik de vaste begeleider van onze Nationale Dames. Die functie sloot naadloos aan bij mijn opleiding als trainer-coach voor beoefenaars van individuele concentratiesporten. Ik had dan wel een specialisatie in het bowlen, maar darten en bowlen liggen heel dicht bij elkaar. Vooral omdat het mentale aspect het technische deel van deze sporten overstijgt. Helaas kon ik mijn kennis niet lekker in praktijk brengen, omdat de bond meer nadruk op het begeleiden legde. Facilitair gezien kon het team eens op een blauwe maandag opgeroepen worden om wat games te gooien en dan was het weer klaar. Zonde!
Na drie jaar Technische Staf werd tijdens een toernooi, in een kleedkamer in Den Haag, verteld dat gekozen was om de begeleiding te verjongen. Mijn assistentie was niet meer nodig. Prima! Ik heb geprobeerd te helpen om Nederland nummer één van de wereld te maken en als die hulp niet meer nodig is, stap ik opzij voor de volgende. Dat collega Dennis op eenzelfde manier aan de kant werd geschoven kwam bij mij wat minder elegant over. In de jaren dat hij zijn functie uitoefende was hij onze meest succesvolle coach ooit. Jammer!
Na dit avontuur, waaraan ik WK-brons en EK-goud heb overgehouden, ben ik me meer gaan toeleggen op mijn eigen spel en mijn team, het DWSN-Brabantcup-team, De Goudenregen Bar. Als ik het goed in het hoofd heb zitten spelen Karin en ik dit jaar voor het elfde seizoen, met twee landskampioenschappen als resultaat. En ik heb er nog lang niet genoeg van. Daarnaast schrijf ik deze stukjes voor Sterk Darts. Je weet wel, die organisatie die zoveel leuke toernooien organiseert. En ik ben bezig met een boek. Een autobiografie. Een met dartsgerichte wetenswaardigheden en onzin gelardeerd science-fantasy werkje over mijn poezenbeesten.
Cees van Leeuwen.

Voor elk wat pils.

Voor elk wat pils.
‘Geen woorden, maar daden’ zong mijn maatje Ad Fundum. Zouden ze daar aan die Maas weten dat Henk Oosterling al in 1952 heeft gezegd: ‘Woorden zijn ook altijd daden’? Ken je Maas Bier? Ik niet. Ja, Maes Pils, maar da’s Bellegies. Ik ken ook Amstel Bier, maar dat komt helegaar ergens anders vandaan. Dat spul groeit aan den oever van dienen Amstel.
Lord Edward Halifax (van 1881 tot 1959) gaf aan de Maasbewoners iets wat iedereen kan gebruiken, namelijk ‘hoop’. ‘Hoop is gewoonlijk een slechte gids, maar een voortreffelijke reisgenoot.’ Vooral als het een hoop bier betreft. Mocht dat waarnaar jullie smachten, lang op zich laten wachten, bedenk dan dat je op reis bent van de ene halte naar de volgende en de dienstregeling klopt nooit.
‘Geef mij maar Amsterdam’ en ‘Oh, oh, Den Haag, je ken erover glijjûh’. Liederen over steden en vooral over je eigenste stadje, gaan er altijd goed in. Net als bier trouwens. Amstel Bier, Vet & Lazy (van de Maasboulevard), ZHB (vroegââhh) tegenwoordig Eiber Bier. Die Haagse Reiger steekt zijn lange snavel overal in. Net als vele andere stadsbieren uit plaatsen waar ze een eigen voetbalkluppie hebben, fietst het erin als engeltjespis. Zeker als het wat warmer wordt en de sportzomer volop sportieve prestaties belooft.
Mijn bierkalender begint eind december, begin januari. WK-darts! Daar mot op gedronke worre. Februari; de Dutch Open. Voor dit spektakel worden speciale schema’s opgesteld in de brouwerijen. Als we toevallig eens niet in de corona zitten, krijg je daarna het voorjaar met de Opens in Schotland en Duitsland. Uitstekende landen voor het slobberen van goudgele rakkers, behalve dan dat je in Schotland en natuurlijk de rest van dat eiland, beter een buitenlandse rakker kunt slobberen. Ik heb laatst een paar ales geprobeerd. Eeww… wat is dat dan? Kouwe rillingen over m’n rug als ik eraan terugdenk.
Het wielerseizoen is bezig. De Giro, met een gyros in de ene en een Moretti in de andere hand. Het is warm. Krijg je dorst van. De Dauphiné komt voorbij, net als de Tirreno Adriatico en de IPA’s maken hun opwachting totdat het tijd is om te tennissen. In zomers januari was de Australian Open al een dorstige aangelegenheid, maar de hoofdmoot blijft Wim Bledon. Als Wim er is heeft het zomerse weer alweer toegeslagen en zit ik in T-shirt en short te gluren naar prachtige wedstrijden vanuit de Engelse hoofdstad. Naast me staat een Foster. Da’s van dat spul waar je een vat van drinkt en dan heb je nóg niet in de gaten dat je bezopen bent.
Wimbledon loopt af en we zitten midden in de klassieker der klassiekers, de Tour de France. Frans bier? Ech nie. Kronenbourg is van Carlsberg. Buitenlands, net zoals nagenoeg alle bieren in Gallië. Heineken en kompanen hebben meer dan dertig procent aandeel in de Franse markt. Maar goed, we kijken naar mooie landschappen, kastelen, dorpjes en felle sprints. Tot het einde plotseling daar is als ze nog zes rondjes Eiffeltoren doen.
Na de Tour de speciaaltjes van de Belgische Opens. Ze smaken, maar niet voor mij. Vergeet niet de Vuelta in Augustus, met een cervesa van Estrella Galicia. De trappers trappen door de Sierra Morena en het lange wachten op de WK komt eraan. Denk niet dat ik dan niet meer inneem, want er wordt het hele jaar geracet in de Formule-1. Ook een must. De kick-off van het Sterk Darts seizoen kwam voorbij en ik besef dat ik helemaal geen bierliefhebber ben. Normaliter drink ik wijn, glorieuze Franse wijn. Wat anders? Of was het wodka, kaboutertje? Het is herfst.
Cees van Leeuwen.

Novaja Zemlja

Novaja Zemlja (voor de crew).
Voor het eerst in mijn leven wil ik wil het niet over de PDC hebben want, zoals Jan Dubbel D. ooit heel correct opmerkte: ‘Da’s ’n bedrijf en daarom geen sportorganisatie.’ Ze mogen daarover op het Damrak en in Wall Street een oordeel vellen, toch? Niet de Walstraat in Vlissingen, maar de Walstraat in Nieuw-Amsterdam, de Wall Street dus.
Niet dat ik iets tegen de PDC heb. Nee hoor, net als de rest van de wereld kijk ik graag naar dat circus. En net als bij Mexicaans worstelen heb ik ook daar mijn favorieten en mijn minder favorieten, alhoewel ik nog nooit naar Mexicaans worstelen heb gekeken…
Nee, waar ik blij om ben is, dat het gros van hun favorieten uit Europa komt, aangevuld met een enkeling uit het restant van de wereld. En onmiddellijk zie ik gefronste wenkbrauwen en boze blikken. Het gemurmel vanuit de achtergrond begint luider te worden en geluiden worden gehoord als ‘racist’ (heel populair tegenwoordig) en ‘discriminant’ (die kenden jullie nog niet, want ik heb het net uitgevonden). Afijn, je snapt me wel.
Nee, waar het mij om gaat is het deel wat uit de VS komt. Ik ben met een aantal VS’ers bevriend en dat zijn allemaal aardige mensen. Helaas hebben bijna alle andere VS’ers één mankement. Ze komen uit de VS. Ken je de VS? Nee? Wel, dat is dat land waar men denkt dat zij de belangrijkste mensen in de wereld zijn. Ze denken ook dat alles, maar dan ook alles in de wereld óf door hen is uitgevonden, óf het heeft zijn roots in de VS.
Zo heb ik mij laten vertellen dat er een film op stapel staat waarin het bewijs wordt geleverd dat het darten in hun land is uitgevonden. Het verhaal gaat over een dappere banketbakkersleerling van de hoek van een straat in Chicago die met één dart een vlieg zijn kinderbijslag om zeep hielp. Alleen maar om te bewijzen dat zijn vader ooit een arme matzebakker was in oost Polen. Met Morgan Freeman als uitvinder van de wormhole en Donald Duck als mastercaller. De vlieg wordt gespeeld door James McAvoy.
Afijn, ze doen maar, die VS-lingen. Uiteindelijk weten wij Eurocompanen en de rest van de wereld wel beter. De Hollanders hebben de dartsport uitgevonden… op Nova Zembla, in 1596. Uit verveling.
De eerste wedstrijd in de menselijke geschiedenis was tussen Priscilla van Rooij en Angela van Amerongen. Zij waren het eeuwige gelamenteer over het gebruik van jeugdverlichting, onder leiding van Johannus Sterkzoon-de Smyter, meer dan zat en gingen een spelletje spelen. Wie is er nu écht in geïnteresseerd of er jonge, of oude lampen worden gebruikt? Het werd gelijkspel omdat de wedstrijd nog niet klaar was toen het ijs was gesmolten.
Voor geïnteresseerden, het mikpunt was getekend op een berevel (uitspraak: bûh_ré_vûl) en er werd gegooid met verzwaarde baleinen. Het doel was onderverdeeld in drie vakken met waardes van min-nul, één en nul. Oneven getallen telden niet en de scheids heette Deruyter, of zo. Geschiedkundigen zijn het daarover nog niet helemaal eens, omdat zijn voornaam, Jefferson, niet op een Hollandsche afstamming duidt, maar eerder verwijst naar Noord-Amerikaanse roots, gezien het vijfpuntige rode ahornblad in zijn blazoen. Roots is trouwens een verwijzing naar een gezellig eetcafé in Vlissingen, waar die andere De Ruyter vandaan kwam.
Cees van Leeuwen.

Aan alles komt een eind.

Aan alles komt een eind.
Vroeger keek ik golf op de televisie, maar mijn dokter zei dat ik meer beweging nodig had, dus kijk ik nu naar tennis. Je moet tenslotte wát als je door allerlei maatregelen vanuit de regering aan je huis gebonden bent. Het gevolg is, dat ik een tennisarm heb opgelopen in mijn dart arm. Het gevolg van overcompensatie door een ‘frozen shoulder’, opgelopen door teveel actie de tv.
Ondanks dat niemand het in zijn hoofd haalt om gezellig tegen je tegenstander aan te gaan leunen tijdens het spel, was darten al snel niet meer toegestaan door de corona-maatregelaars. Je houdt toch automatisch anderhalve meter afstand tijdens het darten, of niet? Maar ja, gelijkheid moet er zijn in ons land. Ik dicht? Jij ook dicht. Da’s democratisch.
Liberté, égalité, fraternité is tegenwoordig het motto in ons land. Iedereen is gelijk, vrij en we lullen niet over mijn broertje. Wacht, wacht eens… Was dat niet het nationale motto van de Galliërs? Ach! Doet er niet toe. Maakt niet uit. Uiteindelijk werden wij als natie in Rotterdam vertegenwoordigd door een vriendje uit een onafhankelijk land in Zuid-Amerika die ons tijdens het songfestival toezingt dat hij niet gebroken kan worden in slavernij. Hij is vrij!
Ik wist niet precies hoe ik dat moest opvatten, totdat ik een post van een Belgische Billy op Facebook zag. Hij postte dat hij zijn tweede vaccinatie had gehad, dus was hij nu vrij.
Helaas vond heel Europa, van IJsland tot Australië, zijn boodschap niet zo indrukwekkend. Waarschijnlijk voelen ze in die landen minder mee met de activisten in onze hoofdstad.
Ik hoor jullie grommen dat dit niks te maken heeft met onze geliefde pijlensport, maar vergis je niet vrienden. Dit was een aanloopje naar het feit dat de coronamaatregelen er langzaam vanaf gaan. De meesten van ons worden weer normaal! Na 5 juni was de onzin rond het belang van een songfestival en de moeilijke tijd van onze jeugd, die niet naar festivals mochten, bijna afgelopen. Er wordt nu aan dat probleem gewerkt, dus mogen we binnenkort weer redelijk normaal leven. Toch?
Weten jullie wat ‘normaal’ is? In Blijdorp zit een oppasser te huilen en op de vraag wat er aan de hand is, zegt hij: “Er is een olifant doodgegaan.” Waarop ik vraag: “Was je aan hem gehecht?” Antwoordt de oppasser: “Nee, ik moet hem begraven.”
Ok. Dat had ook niks met darten van doen, maar het levert gespreksstof op. En een hele grote molshoop.
Zaterdag 5 juni 2021. Een magische datum omdat we sinds die dag ons maandagavond toernooi, na een onderbreking van zowat een jaar, weer op mochten pakken. Ik kon bijna niet wachten om mijn kunstjes te vertonen. Mijn gevoel zei me dat ik was als de man die zegt: “Ik heb veertien dagen in coma gelegen.” Vraagt zijn vriend aan hem: “En, mooi weer gehad?”
Je zou hem een schop voor zijn ballen verkopen, niet? Maar goed, dit was de luchtige pauze die vooraf gaat aan een ernstiger onderwerp. Dat betreft namelijk de zo lang verwachte toernooien waar we allemaal aan mee willen doen.
De Dutch Open is weer uitgesteld en de Sterk Darts toernooien zijn inmiddels volop bezig. En jullie? Niet te lang wachten met inschrijven, anders is alles vol. Het is in een vloek en een zucht 2023.
Cees van Leeuwen

Ars longa, vita brevis

Ars longa, vita brevis.
De kunst is lang, het leven kort. Deze vertaling uit het Latijn van Horatius (Quintus Horatius Flaccus was een Romeins dichter - 65 v.C. tot 8 v.C.) van een uitspraak van de Griek Hippocrates, kwam ik tegen in ‘Glory Road’, het onvolprezen werk van Robert Heinlein. In deze scifi roman wordt de uitdrukking gesplitst in twee namen, ‘Ars Longa’ en ‘Vita Brevis’. Twee brave, veel potige rijdieren in een andere dimensie.
Peinzend over dit werk van Heinlein, herinner ik mij zijn definitie van het begrip ‘democratie’.
Om te beweren dat je de grote massa respecteert en er zelfs van houdt. Met hun gekef aan de ene en hun stinkende voeten aan de andere kant, vereist de dwaze, onkritische, zoetsappige, blinde, sentimentele slordigheid die wordt aangetroffen in sommige kinderdagverblijven, bij de meeste cockerspaniëls en alle missionarissen. Het is geen politiek systeem, het is een ziekte. (courtesy: Glory Road – Robert A. Heinlein 1963)
Lang geleden heeft Robert Heinlein nog iets opgemerkt wat nu actueel is. “A generation which ignores history has no past and no future.”
Ik krijg hierbij meteen flashbacks van groeperingen in ons land die eropuit zijn om onze geschiedenis te herschrijven naar een versie die zij aangenaam vinden. Afgaande op het feit dat deze opmerking stamt uit 1987 en betrekking heeft op een boek uit 1973, kan ik concluderen dat de huidige acties niet bepaald nieuw, of origineel zijn. Ze maken echter wel onderdeel uit van de nabije geschiedenis. Dit leidt naar een andere bijdehante opmerking van Heinlein:
“De lessen van de geschiedenis leren ons - als de lessen van de geschiedenis ons iets leren - dat niemand de lessen leert die de geschiedenis ons leert.” Maar dat is niks nieuws. Als er al één niet zo snuggere diersoort op aarde rondloopt, dan is het wel de mensheid. Elkaar het leven zuur maken schijnt in onze genen gebakken te zitten. Om dit te ontkennen, of mogelijk te verdoezelen is dan ook het fenomeen ‘democratie’ uitgevonden. De kunst om alles te doen wat je wilt, maar met toestemming van de meerderheid van je lotgenoten. Het is een manier om elkaar tegen de haren in te strijken, zonder de nare consequenties daarvan te hoeven ondergaan. Hooguit wat gemor. Welbeschouwd is het dus een soort glijmiddel.
En jawel hoor, ook hierover heeft vriend Heinlein zijn gedachten laten gaan. Dit brengt hij tot uiting in de volgende opmerking. ‘Bewegende onderdelen die met elkaar in contact komen, moeten worden gesmeerd om overmatige slijtage te voorkomen. Eretitels en formele beleefdheid zorgen voor smering waar mensen tegen elkaar wrijven. Vaak betreuren de allerjongsten, de niet-bereisden, de naïeven, de onbeschaafden deze formaliteiten als zijnde leeg, zinloos of oneerlijk en zijn zij tegen het gebruik ervan. Hoe puur hun motieven ook zijn, daarmee gooien ze zand in de machine die op zijn best niet al te best werkt.’ Maar ja, hoe je ook tegen een begrip als dit aankijkt, het blijft een feit dat kunst lang mee gaat en dat het leven is kort. Veel te kort! Sleep tight, Kyle Anderson. We zullen jouw kunst in het darten en je unieke persoonlijkheid missen.
Cees van Leeuwen.

Soms ben ik niet zo snel.

Als je, zoals ik, de behoefte voelt om voor alles wat je doet een doel te stellen, kan het voorkomen dat je geweldige voornemens niet helemaal lopen zoals je je had voorgesteld. Zo ook mijn doelen in het darten.
Ongeveer dertig jaar geleden heb ik mij als doel gesteld om van iedereen in Europa een keer te verliezen. Alhoewel ik nog niet klaar ben met verliezen in Liechtenstein en Andorra, ben ik nu al tegen een nieuw doel aangelopen, namelijk… Winnen. Ik heb daarom, als aansluitend doel, besloten om vanaf een zeker punt in de toekomst van iedereen in Europa tenminste één keer te gaan winnen. Waarom? Omdat ik nooit geweten heb dat winnen ook leuk is? Ik vermoedde wel iets dergelijks, maar het echte gevoel was er nooit. Vroeger speelde ik niet om te winnen, maar om een goed spel op het bord te leggen. Perfectie benaderen via een leuk potje tegen je tegenstander. Als je dan verliest, heb je in ieder geval nog iets om gezellig, onder het genot van een goudgele rakker, met die knul over te keuvelen. Na de wedstrijd.
Dat werkt heel anders wanneer je wint. Oké, aan de ene kant krijgt je het respect wat je toekomt. Leuk. Maar aan de andere kant blijft er toch meestal een beetje een sfeer van afgunst hangen, omdat niemand graag verliest. Voor velen wordt het zelfs een beetje benauwend wanneer ze moeten toegeven dat ze verloren hebben. Ga maar na. Als je oplettend bent, zul je vaak geconfronteerd worden met het feit dat mensen niet toegeven dat hun tegenstander beter was dan zij zelf. Meestal gaat het gesprek dan over de eigen tekortkomingen, of gebreken en wordt het superieure spel van de tegenstander volkomen genegeerd.
Na mijn darts een tijdje in het stof van een wilgenboom te hebben laten liggen, heb ik de nobele sport van scherpe punten, dikke buiken en cafélucht, rond het jaar 1990, weer onder mijn niets ontziende aandacht gebracht. Sinds die tijd ben ik welgeteld twee mensen tegen gekomen die, na een verloren wedstrijd, onmiddellijk en zonder terughoudendheid opmerkten dat hun tegenstander veel sterker was, dan zijzelf. Opmerkelijk. Toch?
Die instelling, én het feit dat ik al snel door had dat veel van mijn tegenstanders sterker speelden dan ik, bracht me op het idee dat ik eerst maar eens van iedereen moest verliezen, voor ik aan winnen kon gaan denken. Dat is tenslotte wat ons door de meest ervaren darters onder de neus wordt gehouden. Pas als je kunt verliezen, kun je gaan winnen. Vijfentwintig jaren later ben ik tot de slotsom gekomen dat een gewonnen partij ook wel eens lekker is. Je kunt mij er niet van beschuldigen dat ik traag ben. Hm…?
Hè? Wat? Hoe ik dat denk aan te pakken? Wel, aangezien je ergens moet beginnen, lijkt het mij redelijk handig om dit te doen op een plaats waar je met grote regelmaat sterke spelers tegen kunt komen. Dus train ik op de maandagavonden lekker dicht bij huis, in Bar De Belt in Oost-Souburg. Voor het meer gevarieerde werk denk ik erover om mijn neus eens te laten zien tijdens een van de vele toernooien die georganiseerd worden door die kleine, maar fijne organisatie, genaamd Sterk Darts. Ik heb nog nooit meegedaan aan een van hun toernooien, maar als ik de meningen en reacties in de media erop na sla, wordt het een keer tijd dat ik 'acte de présence' ga geven.
Cees van Leeuwen

Intermezzo

Julius Caesar ad liver aspergus assure augur quis.
Binnen het kader van ‘Het kan altijd nog beter’ gaan we nu over op wat flardistisch gedachtenwerk. Alle donderwolken zijn op een gegeven moment wel verdwenen en wordt het weer tijd voor luchtige gedachten. Dat geeft weer ruimte om de spinnenwebben eens flink te ragen met een frisse wind. Daarom gebruiken we de komende tijd niet de ‘Airco’, maar de ‘Arko’. Alle Ramen Kunnen Open.
We gaan ook wat weer eens meer ‘gezond’ doen, dus beginnen we met de ochtendoefeningen, waarvoor we om zes uur in de morgen opstaan. Bij het eerste klaroengeschal van de vogeltjes die op de rand van hun nestjes staan om de nieuwe dag te begroeten. Zes uur in de morgen? Een aantal jaren geleden wist ik niet eens dat er een zes uur in de morgen bestond. Maar ja, een aantal jaren geleden was ik dan ook niet getrouwd en wist ik ook nog niet alles wat ik zou moeten weten. Want een man is natuurlijk incompleet tot hij getrouwd is. Dan is hij klaar.
De grootste zonderlingen in de dartssport zijn zij die geen enkele afwijking hebben, wat niet wegneemt dat er minder tijd voor nodig is om iets goed te doen, dan om uit te leggen waarom het verkeerd is gedaan. Darters met afwijkingen? Zou het niet eenvoudiger zijn om uit te zoeken wie de meeste afwijkingen heeft? Ik weet in ieder geval zeker, dat ik er een hele hoop heb. En ik maak er dankbaar gebruik van, als ik een afwijking in mijzelf herken. Wat ook niet al te vaak gebeurt, omdat we allemaal denken dat we perfect zijn. ‘Ik ben mijn vijver kwijt’, zei de kikker plompverloren.
Ach ja, het is niet allemaal zonnegeur…
Over de zon gesproken, nu de mondkapjes allemaal langs de kant van de snelweg liggen, denken we weer aan de zon op een strand in het een of andere Middellandse Zee land. Nu is de vraag waar dat Middelland nu ligt, waarbij we logischerwijs onmiddellijk denken aan Middelburg, wat midden in Zeeland ligt. Nou ja middenin... Hoe dan ook, zou daar dan die felbegeerde zon schijnen? Geen idee eigenlijk. Historisch gezien hebben we hier op het Walcherse wel de meeste zonuren van het land, maar, of dit nu maakt dat hier de Middellandse Zeelandstranden liggen valt nog te bezien. Voor mij hoeft het in ieder geval niet, want ik heb gedurende de gehele corona-periode én gedurende de afgelopen winter, alleen maar geklaag gehoord over al die Duitsers en Belgen die hier illegaal rondliepen. Daarom vind ik, nu het weer legaal is geworden, dat ze nu ook maar weg moeten blijven. Je hebt er namelijk helemaal niets aan. Ze brengen natuurlijk geld in het laatje. Maar dat weegt niet op tegen de overlast die je hebt nu de gemeente Veere besloten heeft om de parkeergelden drastisch te verhogen én om het aantal parkeerplaatsen op de meest geliefde plaatsen te verbieden voor andersdenkenden en Belgen. Waar je nog wel dicht bij je geliefde put in het strand kunt parkeren is het uurtarief opgeschroefd naar interstellaire hoogtes. Dát zal ze leren!
Wah! Onzin natuurlijk. Maar wel lekker bezig die gemeente Veere. Ik ben blij dat ik geen invalide ben met een aangepast autootje die in de hoofdstraat van Domburg wil zijn. Daar zijn alle parkeerplaatsen weggehaald en zijn de invalidenparkeerplaatsen omgetoverd tot terras. Je loopt maar lekker een kilometer of zo. Da’s goed voor je.
Zomer in Zeeland, je pilsje in één hand en aan de andere kant een doodgebakken visje, want in de zon krijg je honger. Wel oppassen met al dat zand, want voor je het weet ligt dat visje aan de rand… van de weg. Niet die weg waar Boudewijn de Groot over gezongen heeft. Die ligt in Frankrijk.
Darten in Zeeland is ook leuk. Wisten jullie dat? Wat te denken van de Open Sluis op 18 en de Zeeland Darts Championships op 19 september, of Veerse Meer Darts Classic op 30 oktober en de Open Veerse Meer op 31 oktober. En dan hebben we ook nog de Beauty Plaza Zeeland Darts Masters. Halverwege januari is die aan de beurt. Er valt dus genoeg te doen in het Zeeuwse en natuurlijk wordt dit allemaal georganiseerd door Sterk Darts.
Je ziet het, er valt in mijn eigenste kleine provincie genoeg te doen voor de liefhebbers van onze sport. Maar wat je ook doet, hoe je het dan ook wenst te doen, er is één ding wat je nooit mag vergeten. Kwispelen is belangrijk.
Cees van Leeuwen.

Als een Hollander zwijgt, kunnen we hem laten zeggen wat we willen.

In een reactie op de fluit van de scheidsrechter staat de dooie Italiaan weer op en neemt, vrolijk glimlachend, weer deel aan het spel.

Terwijl ik hier naar zit te kijken, komt het bij me op dat die fluit van de scheidsrechter magische krachten moet hebben. Aan de andere kant kan het natuurlijk ook de omgeving zijn die dit veroorzaakt en heeft de scheids zijn fluitje er weinig mee van doen. Je ziet het namelijk vaker gebeuren, dit herrijzen uit een duidelijk terminale situatie. Alhoewel… Je ziet het in alle landen, maar welbeschouwd toch iets meer in de landen rond de Middellandse Zee. Zou dat er iets mee te maken hebben? Zou het klimaat wat daar heerst verantwoordelijk zijn voor deze wonderen? Dat zou een reden kunnen zijn waarom zovelen van ons er ieder jaar weer naar smachten om af te reizen naar de wonderlijke zuidelijke gebieden.

Voetbal. Eigenlijk kijk ik er niet zo vaak naar. Een enkele keer wanneer mijn kluppie speelt, of de Oranje-leeuwen. Nou ja, leeuwen. De laatste jaren zijn het in mijn ogen niet meer dan poesjes die de truc van het doodvallen en pas weer opstaan als je een vrije trap mee krijgt, niet beheersen. Als zo’n Hollander tegen het dek gaat, doe ik hetzelfde als de scheids. Ik ga krom van het lachen over de overdreven, overduidelijke schwalbe die vertoond wordt. Of zoals die arme de Ligt. Terwijl je aan het vallen bent nog even een klap met het handje tegen de bal geven. Hij dacht zeker dat die vijftig camera’s rond het veld toevallig uit stonden. Voor mij was dat de actie van het jaar, vooral omdat hij in het latere interview verklaarde dat hij de bal per ongeluk raakte. Ja, ja! Niet dat ze daardoor verloren hebben, dat lag al veel eerder vast. Zo ongeveer ten tijde van de geboorte van een tweeling. Nee, niet Witsche, alhoewel je om hun vader heel goed kon lachen. Nee, dit betreft een hele andere Pipo.

Fans. Welbeschouwd is het fandom van beoefenaars van een sport een vreemd item. Niet meer, of minder, dan het teren op andermans prestaties. Een soort van parasitisme, dus. Of is het een soort drug? De fan voelt zich goed en zelfs euforisch als het onderwerp van zijn fandom iets goeds gedaan heeft. Misschien moet ik de dopinglijsten er eens op naslaan. Fandom: Drug, verslavend voor volwassenen. Bij gebruik door kinderen kan het leiden tot verhoogde prestaties om de top in een sport te bereiken. Dus er zit een goede kant aan het fandom. Iets wat je niet zou zeggen als je bepaalde voetbalfans tekeer ziet gaan.
Ik voel een drang in mij opkomen om over dit onderwerp te filosoferen. Wanneer vindt de omslag plaats? Wanneer besluit het kind in ons dat het fandom niet de weg is naar de top, maar het pad naar hooliganisme? Zou het de puberteit zijn? Je weet wel, die periode in je leven wanneer alles om je heen afgebroken moet worden omdat je het er niet mee eens bent en omdat je het allemaal beter weet en kunt. De tijd dat je over eindeloze energie kunt beschikken. Misschien is dat het. Uiteindelijk blijken het bijna allemaal snotneusjes te zijn, als je de beelden uit het journaal bekijkt.
Ik heb het! ‘Eureka!’ Roept de oude Griek. Fandom is goed voor kinderen, slecht voor pubers en uiteindelijk maakt het van alle volwassenen hooligans. Vijftien miljoen bondscoaches die zich als een kudde gieren storten op die ene bondscoach die het geluk had te worden gekozen om op de tv te verschijnen. Het is tenslotte allemaal zijn schuld. Hij liep daar in het veld de bal naar de andere partij te schoppen. Niet de overbetaalde, arrogante mannequins die negentig minuten lang naar een werkende camera lopen te speuren.

Houd me ten goede, ik ben er ook niet zo wild op om naar het darten te kijken. Veel te saai. Dat doe ik liever zelf. Ik kijk liever naar het tennis bij Wim, of het fietsen van Ted en Arrière. Wie? Wat? Ach, jullie kennen ze niet? Wim Bledon en Ted en Arrière de la Course. Zolang ik het tennis en de Tour kijk doen die gasten mee. Dat zijn échte sportmensen. Jaar in, jaar uit zijn ze van de partij en altijd in de beste posities.

En dan hebben we ook nog een hardrijder die het goed doet. Moest je vroeger vaak aan de politie ontsnappen, knul? Baby Driver. Paul en Art zongen er in 1970 al over en Edgar Wright maakte er een leuke film van, in 2017. Formule Eén, een sport waar je mij voor wakker mag maken, alhoewel dat helemaal niet nodig is, want als er F1 wordt vertoond, zit ik allang klaarwakker gereed in mijn stoel om het spektakel te zien. Go Max!

Cees van Leeuwen.

Vakantieweetjes

Het Kabeldier: Net zoiets als een fabeldier, maar dan gevlochten. Zo ongeveer zoals die ene hoorn van een eenhoorn. Het Kabeldier wordt voornamelijk gevonden in bosrijke gebieden, rondom weilanden en soms bij vangrails langs de snelweg. Het geluid van het Kabeldier varieert van 'Woef!' tot 'Waf!' en heeft een predominante klagelijke ondertoon.

Het seizoen waarin we het Kabeldier gebruikelijk op kunnen merken, ligt tussen het begin van de maand juni en het einde van augustus. Een periode die, grappig genoeg, overeenkomst vertoont met de grote trek van laaglandse vogels naar zonniger gebieden rond de Middellandse Zee.

Onlangs is hier een opvallende nieuwe periode bijgekomen. Niet een andere vogeltrek naar zuidelijke gebieden, maar een periode die, curieus genoeg, samenvalt met het aangekondigde einde van de incarceratie-periode van de bewoners van de Laaglanden aan de oostelijke kust van de Noordzee; d'n Ôllanders. Deze periode gaat niet specifiek over het Kabeldier, maar over een naaste verwant, de Corona-puppy. Specifieke locaties waar hordes Corona-puppy's plegen samen te komen worden over het algemeen asielen genoemd. Om nog onduidelijke redenen lijken veel Corona-puppy's deze plaatsen te prefereren boven de al dan niet diervriendelijke, omgeving van een Ôllands huisgezin.

De vakantie komt er weer aan en daarmee ook de grote voorjaarsschoonmaak van huisdieren. Ik kan me kapot ergeren aan de mentaliteit die schuil gaat achter het doen en laten van degenen die het, elk jaar weer, in hun hoofd halen om hun geliefde huisdier te dumpen.

Doodziek word je van de bleek vertrokken bekjes van het kindergrut wat na de vakantie, eenzaam en verlaten achterblijft omdat hun geliefde speelkameraadje het huis uit moest. Twee, of drie weken zon aan de Middellandse Zee zijn belangrijker dan het leven van een mede-aardgenoot. Om maar niet te spreken van de geestelijke gezondheid van het eigen grut. Die blijven achter met de vraag of zij mogelijk ook, ergens in de maand juni, aan een boom gebonden zullen worden als besloten is, dat er geen plek voor hen is tijdens de vakantieperiode.

Je ziet het zo voor je: 'Goedemorgen, Bureau Coronapuppy's. Waarmee kan ik u van dienst zijn?...

Uhuh... Ik begrijp het. En u heeft deze kinderen samen met hun puppy aangetroffen langs de A27?... Ok, die locatie ken ik. Ik stuur meteen een wagen langs. Als u zo vriendelijk wilt zijn om onze auto op te wachten. Dank u. Hij zal er over ongeveer een kwartiertje zijn om de puppy van u over te nemen...

Wat zegt u? De kinderen? O ja, da's een ander probleem. Misschien kunt u ons helpen door ze af te geven bij een AZC? Ja? Dank u. Fijne dag verder.'

Na de telefoon weer te hebben neergelegd draait de vriendelijke dame zich weer naar mij en zegt: 'Het begint echt een probleem te worden, die lockdown. Iedereen thuis, iedereen tegen de muren op van ellende. Kinderen zeuren je kop gek en dan duik je in de advertenties om een huisdier voor ze te vinden, dan kunnen ze zich daarop uitleven.

Nu gaat het ernaar uitzien dat de beperkingen vrij snel opgeheven gaan worden en dus wordt het huisdier een overbodige luxe. Bovendien heeft pa het wel gehad met het feit dat hij steeds opdraait voor het uitlaten van het mormel. Dus, dumpen die handel!'

'Ja, maar', begin ik. 'Ja maar, hoe zit het dan met die kinderen? Afzetten bij een AZC? Kan dat zomaar?'

'Geen idee. Dat kwam toevallig bij me op. Da's namelijk niet mijn pakkie-an, begrijp je? Ik zit hier uitsluitend voor het spul met de vier poten. De vierpotige medemens, zogezegd. Niet voor de tweebeners. Die hebben hun eigen instanties.' En ze draait zich van me weg, staat op uit haar stoel en galoppeert naar de ruif met hooi aan de andere kant van het weiland. Het is lunchtijd.

Volkomen verbijsterd blijf ik achter en na een korte overweging besluit ik om mijn weg maar te vervolgen. Mijn gedachten dwalen weg, naar plaatsen waar respect en gevoel voor elkaar bestaan. Ergens in de buurt van een Manor-house met een Lancelot 'Capability' Brown geïnspireerde tuin. Een hele grote tuin waar we misschien een tent in kunnen zetten. Eentje waar je een darttoernooi in zou kunnen houden. De Sterk Darts Dorset Masters, bijvoorbeeld. Er staat wél een muur omheen. Een hoge muur.

Cees van Leeuwen

Rotondes. Handig, of niet?

De weg waarop ik rijd, ligt in een perfecte cirkel. Op regelmatige afstanden zijn er aftakkingen; vier in totaal. Om me heen hoor ik de geluiden van hoorns die klagend, of woedend, hun misnoegen uiten over mijn hinderlijke aanwezigheid en ik kom tot de conclusie dat de cirkel eigenlijk best wel klein is. Zo klein zelf dat ik er als enige op kan rijden, terwijl de eigenaars van de hoorns om me heen weinig tot geen kans krijgen om zich bij me te voegen. Af en toe is er een enkeling die met veel motorgeraas kans ziet om achter mij langs te glippen, om dan zo snel mogelijk via de volgende aftakking weer te verdwijnen. Intussen zijn vuist met gestrekte middelvinger heffend alsof hij mij duidelijk wil maken dat hij het niet eens is met mijn aanwezigheid en mijn actie. Nu dit onder mijn aandacht is gebracht en ik wat meer om me heen kijk, valt het me op dat er meer zijn die dit gebaar hanteren. Wacht eens… Ze doen het allemaal. Zou het een teken van herkenning zijn? Of van erkenning, misschien? Geen idee, maar het ziet er wel grappig uit. Ik zwaai terug. Je moet wát, tenslotte.
Opnieuw wordt mijn aandacht getrokken. Dit keer door een aanzwellend geluid en in de verte zie ik een aantal blauwe lampen opflitsen en ik hoor een muzikale begeleiding van drietonige hoorns. Het geheel komt snel naderbij en is best wel interessant, maar daar kan ik me even niet mee bezighouden. Mijn aandacht wordt volledig in beslag genomen door het telefoongesprek wat ik aan het voeren ben. Dit is belangrijk. Zo belangrijk zelfs dat ik ertoe ben overgegaan om op de cirkel te gaan rijden met mijn stuur in een linkse stand, zodat ik in een constante bocht blijf voortbewegen. Dit geeft mij de gelegenheid om mij voor honderd procent aan het telefoongesprek te wijden zonder op mijn voertuig te hoeven letten. Een cirkel is uiteindelijk een rechte lijn die zichzelf in de staart bijt en als je erop blijft rijden maak je gewoon je kilometers.
De blauwe lampen, inmiddels, zijn achter de samenklonterende rij voertuigen gestopt en ik zie een paar donker geklede mensen met petten op in rap tempo op de cirkel afkomen. Waarom dat dan…? Ho, ho, ho!
Nee, niet Nick Kringle. Die komt de vijfentwintigste december pas weer langs en hij gebruikt geen paardenkrachten, maar rendierkrachten. Wacht eens even… Sjips, zouden ze voor mij komen?
Mijn gedachten los rijtend van mijn telefoongesprek neem ik de omgeving wat nauwkeuriger in mij op en ik kom met gierende mentale remmen tot stilstand in het besef dat ik mij wel eens in een penibele situatie zou kunnen bevinden. Er is maar één oplossing: wegwezen hier!
Aangekomen bij de tegenover de snel naderende politieagenten gelegen aftakking, draai ik mijn stuur, neem de afslag en maak met een krampachtig neergedrukt gaspedaal dat ik wegkom.
“John, sorry, maar ik moet heel even iets anders doen. Daarom, even snel recapitulerend, je bent op zoek naar een column met als topic het reilen en zeilen in de dartswereld. En dan als bijkomend extraatje, een soort toefje op de kers, zeg maar, hier en daar een woord over jouw eigenste organisatie: Sterk Darts? Lijkt me een strak plan. Ik zal eens bij mezelf te rade gaan wat ik voor je kan betekenen. Bel me wanneer je tijd hebt om wat meer in detail te treden.”
Ik scheur plankgas verder in mijn Mazda 2-tje om uit handen van de politie te blijven, maar dat is helemaal niet nodig. Ze hebben hun handen vol met het regelen van de chaos die door mijn toedoen op het rotondetje is ontstaan.
In de verte hoor ik meer sirenes en zie ik de oranje zwaailichten van bergingsvoertuigen dichterbij komen. Zou er een ongelukje gebeurd zijn? Zal de een of ander wel weer eens geen voorrang hebben gegeven. Sukkels!
 
Liontári Óra